Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/3.3.12:3.3.12 De relativering van het Sevic-arrest door het Cartesio-arrest
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/3.3.12
3.3.12 De relativering van het Sevic-arrest door het Cartesio-arrest
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS436983:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
R.o. 121-123.
Niet iedereen deelt die mening. Zie bijvoorbeeld Roelofs 2009, die ook na de uitspraak inzake Cartesio uitgaat van een ruime uitleg van het Sevic-arrest.
Zie ook Stom 2009, p. 335. Storm concludeert mi. terecht dat het HvJEU in een Cartesio 'een zeer beperkende uitleg' aan zijn eigen Sevic-uitspraak heeft gegeven.
Zie ook Schutte-Veenstra 2009, 2 p. 304 en Schutte-Veenstra 2010, p. 418.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Los van het feit dat het HvJEU, door te stellen dat een lidstaat een inbound omzetting mag verbieden, duidelijk maakt dat het vestigingsrecht geen vrijbrief is om zonder nadere regelgeving met een beroep op dat recht de deur (of grens) tussen de lidstaten ongelimiteerd open te zetten, besteedt het HvJEU in het Cartesio-arrest nog expliciet aandacht aan het eerder door haar gewezen Sevic-arrest.
In de nationale procedure die Cartesio in Hongarije heeft gevoerd werd met een beroep op het Sevic-arrest betoogd dat voor zover de Hongaarse wetgeving onderscheid maakt tussen handelsvennootschappen naargelang van de lidstaat waarin zich haar zetel bevindt, deze wetgeving in strijd is met de artikelen 49 en 54 VWEU. Het HvJEU plaatst het door haar gewezen Sevic-arrest in de lijst van uitspraken rondom het vestigingsrecht buiten (onder meer) het arrest inzake Daily Mail. Uit onder meer dit arrest blijkt, zoals ook uit het voorgaande volgt, dat een lidstaat beperkingen kan stellen aan de verplaatsing van de werkelijke zetel van een volgens zijn wettelijke regeling opgerichte vennootschap naar een andere lidstaat met behoud van rechtspersoonlijk volgens het recht van de lidstaat van oprichting.
Het HvJEU overweegt onder meer: `Wat vervolgens de invloed betreft van het reeds aangehaalde arrest SEVIC Systems op het in de arresten Daily Mail and General Trust en Uberseering ontwikkelde beginsel, dient te worden vastgesteld dat deze arresten niet dezelfde problematiek betreffen, zodat niet kan worden betoogd dat eerstgenoemd arrest de strekking van de beide laatstgenoemde arresten nader heeft bepaald. De zaak waarin het arrest SEVIC Systems is gewezen betrof immers de erkenning, in de lidstaat van oprichting van een vennootschap, van een vestigingshandeling middels een grensoverschrijdende fusie door deze vennootschap in een andere lidstaat, welke situatie fundamenteel verschilt van de situatie die aan de orde was in de zaak die tot het arrest Daily Mail and General Trust heeft geleid. De situatie die aan de orde was in de zaak waarin het arrest SEVIC Systems is gewezen, lijkt dus op situaties waarover andere arresten van het Hof zijn gewezen. (...)In dergelijke situaties rijst echter niet de voorafgaande vraag, bedoeld in punt 109 van het onderhavige arrest, of de betrokken vennootschap kan worden aangemerkt als een vennootschap met de nationaliteit van de lidstaat volgens wiens wetgeving zij is opgericht, maar veeleer de vraag of deze vennootschap, waarvan vaststaat dat zij een vennootschap naar het nationale recht van een lidstaat is, al dan niet wordt geconfronteerd met een beperking in de uitoefening van haar recht om zich in een andere lidstaat te vestigen.' 1
Ik lees hierin een nuancering door het HvJEU van de vrijbrief die velen lazen in de Sevic-uitspraak.2 Duitsland (de lidstaat waarin de vennootschap werd 'opgericht') erkende niet de vestigingshandeling door middel van de grensoverschrijdende fusie vanuit Luxemburg. Essentieel is dat Luxemburgs recht de mogelijkheid van een grensoverschrijdende fusie al voor de inwerkingtreding van de Richtlijn GOF mogelijk maakte.3
De overweging van het HvJEU is van belang voor grensoverschrijdende fusies waar rechtspersonen die vallen onder het bereik van artikel 54 VWEU betrokken zijn, maar die niet vallen onder het bereik van kapitaalvennootschappen waarop de Richtlijn GOF ziet.
Wanneer het recht van de lidstaat van de verdwijnende rechtspersoon een dergelijke fusie toestaat mag de lidstaat van de verkrijgende vennootschap deze rechtshandeling niet in zijn algemeenheid weigeren te erkennen. Zulks zou in strijd zijn met het vestigingsrecht.
Het erkenningsvraagstuk bij een outbound fusie kan pas aan de orde komen als het recht van de lidstaat van de verdwijnende vennootschap de fusie toestaat, of moet toestaan omdat het niet toestaan in strijd is met het vestigingsrecht.4