Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/8.15
8.15 Oprichting van de Vecon 1982
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977299:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Fusievoorstel Vemo/VWO, EMD 1981, 9, p. 178-186 (VWO is VSW.W); zie: Programma lustrumstudiedag, TEO 2012, 1, p. 19 en Verenigingsnieuws, p. 66-67, Bestuur, TEO 2012, 2 en T. van Goor, Sectie vmbo, ‘Terugkijken en vooruit blikken, 35 jaar Vecon’, TEO 2017, 2, p. 52.
De Vecon is indirect rechtsopvolger van de V.O.S. en Voha.VSW en Vemo zijn ontstaan mede door verschil van inzicht in de positie van de staatswetenschappen op vwo/havo.
Artikel 13 lid 1 HR Vecon. Van der Vennen oppert de commissies (bedrijfs)economie, en maatschappelijke vorming in te stellen, wat geen bijval krijgt (Besluitenlijst bestuursvergadering VSW 19 februari 1981, p. 2. De keuze valt op een commissie maatschappelijke vorming.
Voor de werkgroep recht/staatsinrichting, zie: TEO 1982, 1/2, p. 52.
OMEGA: Overleg maatschappijleer, economie, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde; Platform VVVO (Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs), voorzitter@platformvvvo.nl, NVLM-jaarverslag 2016 (nieuwsbrief@nvlm.nl).
Vgl. mijn De mensenschool. De toekomst is aan de jeugd, Woerden: VKO 2015.
E.J.H. van der Vennen, voorzitter, Jaarverslag 1982, Commissie staatsburgerlijke vorming en recht, TEO 1982, 1/2, p. 61. Door het overlijden van Van der Vennen in 1983 houdt de commissie bij gebrek aan capaciteit op te bestaan, maar blijft nog jaren in het TEO-colofon.
Na twaalf jaar gescheiden optrekken fuseren VSW en Vemo op 16 januari 1982 tot Vereniging van leraren in de economisch/maatschappelijke vakken (Vecon).1 Hieraan gaat op dezelfde dag de goedkeuring van de ALVs vooraf.2 De staatsburgerlijke en maatschappelijke vorming zijn in de statuten vastgelegd. Tot het statutaire doel behoort ‘het bevorderen van modern onderwijs in de economisch/maatschappelijke vakken in het voortgezet onderwijs’. De Vecon kent de adviescommissies staatsburgerlijke vorming en recht, en (bedrijfs)economische werkgroepen.3 In het Vecon-plan zijn de belangenbehartiging, staatsburgerlijke vorming en lerarenopleidingen als prioriteit aangemerkt.
Geen structurele verbetering staatsburgerlijke vorming
Het jaarverslag 1981 van de VSW-werkgroep recht en staatsinrichting meldt de verminderde activiteit voor een structurele verbetering van de curriculumpositie van de staatsburgerlijke vorming: ‘Er moet gelobbyd blijven worden voor het keuzevak recht, dat ruim genomen moet worden en ook aan de staatsburgerlijke vorming aandacht besteedt.4 Maatschappijleer wordt, ondanks grote activiteit van betrokkenen in meer onderwijs- en overheidsregionen, als een verloren zaak beschouwd. Dat geldt niet voor het OMEGA- (en vanaf 1991 VVVO)-overleg5: ‘Waar de jeugd de toekomst heeft, moeten wij haar wel een kans geven’, stelt de VSW.6 In het verlengde ligt het voorstel om maatschappijleer met (aspecten van) recht en staatsinrichting op vwo/havo te integreren.
Vecon-commissie staatsburgerlijke vorming in waakstand
Het jaarverslag 1982 van de Vecon-commissie staatsburgerlijke vorming en recht maakt melding van ‘veel situaties die schreeuwen om een behoorlijke maatschappelijk/staatsburgerlijke vorming, opdat de democratische rechtsstaat door een juiste instelling en informatie kan verbeteren’.7 Van der Vennen legt als voorzitter het hoofd niet in de schoot. Door zijn onverwachte overlijden in 1983 is hem de pas afgesneden. Het werk is onvoltooid. De commissie komt in de waakstand. Door gebrek aan bestuurlijke zuurstof volgt een zachte dood. Zelfs annoncering is uitgebleven. Slechts het TEO-colofon maakt er gewag van.