Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.3.4.4
10.3.4.4 Juridische splitsing (Spaltung)
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401810:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Volgens het UmwSt-besluit (punt 15.26) wordt daarmee bedoeld een persoon die niet voorkomt in het Gesellschafterbestand.
Volgens het UmwSt-besluit (punt 15.29) ziet de 20% op de andelen in de splitsende ven nootschap vóór splitsing.
Zie o.a. Dötsch/Patt/Pung/Möhlenbrock, Umwandlungssteuerrecht, 7e Auflage, 2012, UmwStG §15, Rz. 123 en H. Hahn, Die Veräusserung spaltungsgeborener Anteile, GmbHR 9/2006, blz. 462.
HvJ EU 8 maart 2017, C-14/16 (Euro park Service), V-N 2017/17.12.
HvJ EU 7 september 2017, C-6/16 (Eqiom en Enka), V-N 2017/44.19.
In gelijke zin E. Boomsluiter, Bewijsvermoedens in de Wet VPB 1969: de grenzen verder aangescherpt, WFR 2018/60.
Opmerkelijk vind ik de zienswijze dat op het moment dat de splitsende rechtspersoon nog niet 5 jaar bestaat (nog niet eerder is opgericht) er niet voldaan is aan deze voorwaarde en er dus in principe afgerekend moet worden (UmwSt-besluit, punt 15.38).
De fiscale gevolgen van een juridische splitsing (zuivere splitsing, afsplitsing) zijn geregeld in deel 4 (§§15-16) UmwStG. Deze korte en bondige bepalingen verwijzen wat betreft de meeste voorwaarden en fiscale gevolgen naar bepalingen omtrent de fusie. Dit betekent dat indien vermogen van een rechtspersoon door een zuivere splitsing, afsplitsing, of vermogensoverdracht overgaat op een andere rechtspersoon de splitsende rechtspersoon in beginsel de waarde in het economische verkeer (gemeinen Wert) van de overgedragen vermogensbestanddelen in de slotbalans opneemt. Op verzoek kan er echter voor gekozen worden om de boekwaarde (Buchwert) of een tussenwaarde op te nemen in de slotbalans (§15 UmwStG). De voorwaarden hiervoor zijn als volgt:
Bij een zuivere splitsing moet er naar (bei)de overnemende partijen een zelfstandig deel van de onderneming (Teilbetrieb) worden overgebracht; Bij een afsplitsing (en ook bij een overdracht van een deel van het vermogen) moet een zelfstandig deel van de onderneming worden overgebracht én bij de overdragende rechtspersoon een zelfstandig deel van de onderneming achterblijven (voor een uiteenzetting van het begrip “Teilbetrieb’’ verwijs ik naar hoofdstuk 10.3.4.2.1).
Bij fictie is bepaald dat onder Teilbetrieb ook wordt verstaan participaties in een (ondernemende) personenvennootschap (Mitunternehmeranteil) en een 100% deelneming in een kapitaalvennootschap (die Beteiligung an einer Kapitalgesellschaft, die das gesamte Nennkapital der Gesellschaft umfasst) (§15 Abs. 1, Satz 3 UmwStG).
Doorschuiven tegen boekwaarde of tussenwaarde is echter niet mogelijk indien de commanditaire participaties alsmede de 100% deelnemingen in een kapitaalvennootschap in de drie jaren voorafgaand aan het splitsingstijdstip zijn verworven of zijn opgehoogd.
De splitsing mag niet tot gevolg hebben dat aan derden (außenstehende Personen1) wordt verkocht, of dat er een verkoopvoornemen bestaat.
Er geldt een bewijsvermoeden inhoudende dat een verkoopvoornemen geacht wordt te bestaan indien binnen 5 jaar na het splitsingstijdstip meer dan 20%2 van de aandelen in de overdragende, of de overnemende rechtspersoon wordt vervreemd aan een derde. De belastingplichtige heeft geen tegenbewijsmogelijkheid. Ook deze anti-misbruikbepaling wordt in de literatuur sterk bekritiseerd, met name vanwege het ontbreken van de tegenbewijsmogelijkheid.3 In dat kader kan ook hier gewezen worden op de in hoofdstuk 10.3.4.1 al aangehaalde arresten Euro park Service4 en Eqiom en Enka5 van het Europese Hof van Justitie. Uit de arresten volgt dat een algemeen bewijsvermoeden niet mag worden gehanteerd. Het bewijsvermoeden moet specifiek gericht zijn op het bestrijden van misbruik. De feiten en omstandigheden die het bewijsvermoeden in werking doen treden, moeten een daadwerkelijk vermoeden van belastingfraude of -ontwijking oproepen.6
Als de oorspronkelijke aandeelhouder(s) van de splitsende vennootschap nadien geen aandeelhouder meer zijn (Trennung von Gesellschafterstämmen), moeten deze aandeelhouder(s) de splitsende vennootschap minstens 5 jaar in het bezit hebben gehad.7
Daarnaast gelden dezelfde voorwaarde als bij de fusiefaciliteit (§11 UmwStG), dat wil zeggen:
Het moet zeker gesteld zijn dat de vermogensbestanddelen (Wirtschaftsgüter) bij de overnemende vennootschap later onderhevig zijn aan Körperschaftsteuer.
Het heffingsrecht voor Duitsland wordt bij de overnemende rechtspersoon ten aanzien van de belastingheffing over de vervreemdingswinst niet uitgesloten of beperkt.
De overdrager mag geen tegenpresentatie verkrijgen, of alleen een tegenpresentatie bestaande uit aandelen (Gesellschaftsrechten) in de overnemende rechtspersoon.
De overnemende partij neemt de waarden van de slotbalans van de overdrager over en treedt in de rechtspositie van de overdrager in de plaats. Als gekozen is voor een waarde onder de waarde in het economische verkeer, waardoor er nog niet of deels niet hoeft te worden afgerekend dan treedt de overnemende vennootschap in de fiscale rechtspositie van de overdragende vennootschap (§12 UmwStG). Dit wordt ook wel de Fußstapfentheorie genoemd. In Hoofdstuk 10.3.4.3 bij de juridische fusie zijn de gevolgen van de fiscale indeplaatstreding nader toegelicht.
Voor de fiscale gevolgen voor de aandeelhouders van een splitsende vennootschap wordt verwezen naar de bepaling die ook van toepassing is voor aandeelhouders bij een fusie (§13 UmwStG). Dit betekent dat de aandeelhouder(s) van de overdragende vennootschap wordt geacht de aandelen te hebben vervreemd tegen waarde in het economische verkeer. Op verzoek worden de aandelen in de overnemende vennootschap gesteld op de boekwaarde van de overdragende vennootschap indien het heffingsrecht voor Duitsland over de vervreemdingswinst niet uitgesloten is of wordt beperkt. De keuze van de aandeelhouder(s) om op verzoek de boekwaarde door te schuiven staat los van de keuze van de splitsende vennootschappen voor afrekening of doorschuiving tegen boekwaarde of tussenwaarde.
In Duitsland is het ook mogelijk dat een rechtspersoon zuiver wordt gesplitst of een deel van de onderneming wordt afsplitst naar (een) personenvennootschappen. De fiscale bepalingen rondom deze splitsingsmogelijkheid staan in §16 UmwStG.