Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.9
11.9. Het subsidiariteitsbeginsel
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579941:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Het subsidiariteitsbeginsel is in 1992 door het Verdrag van Maastricht in het EG-Verdrag opgenomen. Zie over het subsidiariteitsbeginsel in het kader van Verordening 1/2003 Appeldoom 2004, p. 77-111. Zie ook de daar vermelde literatuur over de rol van het subsidiariteitsbeginsel in het Europees recht. Zie over het subsidiariteitsbeginsel in het kader van een Europees Burgerlijk Wetboek ook Keus 2004, p. 202. Rechterlijke toetsing aan het subsidiariteitsbeginsel gebeurt slechts marginaal. Zie Adriaanse 2006, p. 68-69 en de daar vermelde jurisprudentie van het HvJ EG. Zie ook Jans e.a. 2002, p. 72.
Indien de gemeenschapswetgever bevoegd is, dient met het oog op het subsidiariteitsbeginsel de vraag te worden gesteld of de bijzondere wetgeving op Europees (federaal) niveau of op nationaal (lidstaat) niveau moet worden geregeld. Op grond van artikel 5 EG treedt de Gemeenschap overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel slechts op indien en voorzover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt.1
Het regelen van de bijzondere wetgeving op nationaal niveau zou kunnen leiden tot forum shopping, waarbij de gelaedeerden op zoek gaan naar het recht van het land waarbij de rechten die voortvloeien uit het mededingingsrecht zo goed mogelijk zijn te effectueren. De aanname van bijzondere wetgeving op nationaal niveau zal dan ook tot meer verscheidenheid tussen de lidstaten leiden bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. De aanname van bijzondere wetgeving op Europees niveau zal daarentegen tot meer eenheid tussen de lidstaten leiden bij de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht.
Mede gelet op het belang van enige uniformiteit in de rechten die gelaedeerden in de EU kunnen uitoefenen op grond van een schending van het mededingingsrecht, valt te verdedigen dat een regeling op Europees niveau gerechtvaardigd is.