Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.6.7.4
2.6.7.4 Het stimuleren van andere enquêtegerechtigden
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS389705:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld de Minister van Justitie in de toelichting op het (concept-)wetsvoorstel aanpassing enquêterecht, waarin hij zich op het standpunt stelt dat de or geen wettelijk enquêterecht toegekend krijgt. (Concept)wetsvoorstel aanpassing enquêterecht, toelichting p. 3. Eerder: Kamerstukken II, 1991-1992, 22400, nr. 3, p. 4.
In de zaak ABN AMRO wilden de vakbonden (aanvankelijk) geen enquêteverzoek indienen, omdat zij onvoldoende leden in de onderneming hadden. Dit verklaarde een beleidsadviseur van FNV Bondgenoten op de vergadering van de Vereniging Corporate Litigation van 10 mei 2007. Zie ook: ‘Doen alsof: de zaak ABN AMRO en de positie van vakorganisaties', SR 2007, p. 279-280. Overigens heeft een beleidsmedewerker van vakcentrale MHP in een brief aan scriptiestudent D.F. Spoormans verklaard dat het afnemen van het aantal leden geen gevolgen zal hebben voor het al dan niet gebruikmaken van het enquête-instrument. D.F. Spoormans, De toegang van de werknemer tot het enquêterecht, Groningen 2007-2008. Te vinden op: http://www.ser.nl/~/media/Files/Internet/ Educatie/Scriptieprijs/Scriptie_volledig_DSpoormans.ashx
Dit deed zich op een later tijdstip in de ABN AMRO-zaak voor. Zie: ‘or versus FNV in rechtszaak ABN AMRO', NRC 1 augustus 2008. De vakbonden voegden zich in een door de VEB aangespannen enquêteprocedure (en dienden later een zelfstandig enquêteverzoek in), terwijl de or zich juist achter het bestuur schaarde.
Zoals eerder is opgemerkt, kan de vakbond wel gebruikmaken van zijn bevoegdheid als er geen werknemersbelangen in het geding zijn.
Herziening van het ondernemingsrecht. Rapport van de Commissie ingesteld bij beschikking van de Minister van Justitie van 8 april 1960, Staatsuitgeverij 1965, p. 66 en 68.
P.G.F.A. Geerts, Enkele formele aspecten van het enquêterecht, Deventer: Kluwer 2004, p. 98-105
P.G.F.A. Geerts, Enkele formele aspecten van het enquêterecht, Deventer: Kluwer 2004, p.100. SER-advies 1988/14, p. 38.
B. van Duren-Kloppert, ‘Enquêterecht en medezeggenschap: tijd voor Doornroosje om te ontwaken', ArbeidsRecht 2004, 36.
Veelvuldig wordt erop gewezen dat nu hij zelf geen enquêtebevoegdheid heeft de or andere enquêtegerechtigden, zoals de vakbond en de advocaat-generaal, kan aanzetten gebruik te maken van hun bevoegdheid.1 Het ligt voor de hand dat de or contact zoekt met de vakbonden wanneer hij van mening is dat er redenen zijn te twijfelen aan het beleid van de rechtspersoon aan wiens onderneming hij verbonden is. De vakbond moet dan wel actief zijn in de sector waarin de rechtspersoon opereert en hij moet leden hebben binnen de onderneming. Vakbonden lijken niet altijd geneigd te zijn een enquêteprocedure te entameren wanneer zij geen of onvoldoende leden hebben bij de onderneming van de rechtspersoon.2 Daar komt bij dat de vakbond zich specifiek richt op het werknemersbelang, terwijl de or tevens is ingesteld in het belang van de onderneming.3 Bij een vermoeden van onjuist beleid zonder dat daar direct werknemersbelangen bij gemoeid zijn, zal de vakbond wellicht minder snel geneigd zijn gebruik te maken van haar enquêterecht.4
Wanneer de vakbond geen gebruik wil maken van het enquêterecht, resteert voor de or de mogelijkheid de advocaat-generaal te verzoeken gebruik te maken van zijn bevoegdheid. Hiervoor geldt wel dat de wet bepaalt dat de enquêtebevoegdheid van de advocaat-generaal is gekoppeld aan het openbaar belang . In het voorstel van de Commissie-Verdam was de bevoegdheid van de advocaat-generaal veel ruimer opgezet. In de toelichting stelt de commissie dat naast het openbaar belang, de advocaat-generaal zijn bevoegdheid kan uitoefenen als hij optreedt op verzoek van personen die niet zo nauw zijn betrokken bij de gang van zaken van de onderneming, zoals de werknemers van de vennootschap.5 In het uiteindelijke wetsvoorstel heeft de minister de bevoegdheid van de advocaat-generaal teruggebracht tot het openbaar belang, al moet dit wel ruim worden uitgelegd. In de parlementaire behandeling is deze bevoegdheid uitgebreid bediscussieerd. Zo heeft het voormalige Kamerlid Goudsmit een amendement ingediend waarin zij voorstelde dat de advocaat-generaal op verzoek van belanghebbenden gebruik kon maken van het enquêterecht, maar dit amendement heeft het niet gehaald. Voor een uitgebreid overzicht van de parlementaire behandeling van dit onderdeel verwijs ik naar het proefschrift van Geerts.6 Volgens hem is, in navolging van de SER, sprake van openbaar belang in gevallen “waarin het gaat om ondernemingen die van groot belang zijn voor de nationale economie en de werkgelegenheid en in gevallen waarin twijfels aan een juist beleid bij een bepaalde onderneming het gehele bedrijfsleven of een bepaalde sector daarvan in publiek diskrediet (dreigen te) brengen”.7 Ook dit is een zware toets, waardoor het aanzetten van de advocaat-generaal tot het indienen van een enquêteprocedure door de or slechts in een zeer beperkt aantal gevallen een uitkomst zal bieden. Mijns inziens kan dit daarom niet als een alternatief voor een eigen enquêterecht voor de or worden beschouwd. Volgens Van Duren-Kloppert zijn er geen aanwijzingen waaruit moet worden afgeleid dat de advocaat-generaal terughoudend zal omgaan met verzoeken van de or tot het indienen van een enquêteverzoek in het kader van het openbaar belang. Zij heeft wel principiële bezwaren tegen deze route als alternatief voor een eigen enquêterecht voor de or, nu het hier niet gaat om een zelfstandige uitoefening van de taken van de or.8
In de zorgsector is er nog de mogelijkheid de cliëntenraad te benaderen om gebruik te maken van zijn enquêtebevoegdheid. Nu de cliëntenraad net als de or een medezeggenschapsorgaan is, ligt het voor de hand dit orgaan te benaderen. Net als de vakbond is de cliëntenraad wel een specifieke belangenbehartiger: hij richt zich op het belang van cliënten/patiënten en heeft niet zoals de or een meer algemene taak. De later nog te bespreken zaak Sherpa is een voorbeeld van een zaak waarin zowel cliëntenraad als or het beleid van de zorginstelling ter discussie stelden (zie paragraaf 2.6.7.7).