Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/4.2.7:4.2.7 Faxworld-arrest
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/4.2.7
4.2.7 Faxworld-arrest
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS298348:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 29 april 2004, zaak C-137/02, (Faxworld), BNB 2004/286.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het laatste arrest dat ik in dit onderdeel wil bespreken is het Faxworld-arrest.1 In dit arrest ging het om de vraag of volgens de Zesde richtlijn een ‘Vorgründungsgesellschaft’, personenvennootschap die alleen is opgericht om een kapitaalvennootschap op te richten, de door haar betaalde btw kan aftrekken wanneer de enige uitgaande handeling die zij verricht, bestaat in de overdracht van al haar goederen aan de kapitaalvennootschap nadat deze was opgericht. Daarnaast wordt aangenomen dat, als gevolg van het feit dat de betrokken lidstaat (Duitsland) gebruik heeft gemaakt van de door de art. 5, lid 8, en art. 6, lid 5, Zesde richtlijn (thans art. 19 en 29, btw-richtlijn) geboden mogelijkheden, bij een dergelijke overdracht geen levering van goederen of diensten plaatsvindt.
Het Hof van Justitie EU begint met de vaststelling dat uit de bewoordingen van art. 17, lid 2, Zesde richtlijn blijkt dat een belanghebbende, om recht op aftrek te krijgen, in de eerste plaats belastingplichtige in de zin van de Zesde richtlijn moet zijn en in de tweede plaats de betrokken goederen en diensten voor zijn belaste handelingen moet hebben gebruikt. Vervolgens onderzoekt het Hof van Justitie EU de belastingplicht van de Vorgründungsgesellschaft en komt het tot de conclusie dat de Vorgründungsgesellschaft als belastingplichtige kwalificeert. Het Hof van Justitie EU herinnert daarbij aan de ruime werkingssfeer van art. 4 Zesde richtlijn en aan de vaste rechtspraak dat een particulier die goederen betrekt met het oog op een economische activiteit in de zin van art. 4 Zesde richtlijn, optreedt als belastingplichtige ook wanneer de goederen niet onmiddellijk voor deze economische activiteit worden gebruikt (zie het Rompelman-, Lennertz-, Gabalfrisa- en Breitsohl-arrest). Ook het feit dat de enige handeling van de Vorgründungsgesellschaft bestaat uit de overdracht van goederen, die als een overdracht van een geheel of gedeelte van een algemeenheid van goederen op grond van art. 5, lid 8, Zesde richtlijn buiten de heffing blijft, doet niet af aan de belastingplicht. Nadat de horde van de belastingplicht is genomen moet het Hof van Justitie EU nog onderzoeken of de Vorgründungsgesellschaft belaste handelingen verricht. Dat doet hij niet want de overdracht van goederen door de Vorgründungsgesellschaft aan de kapitaalvennootschap blijft buiten de heffing omdat Duitsland gebruik heeft gemaakt van de door art. 5, lid 8, Zesde richtlijn geboden mogelijkheid. Het Hof van Justitie EU vindt het echter goed in dit specifieke geval goed dat als het ware de belaste handelingen van de kapitaalvennootschap worden toegerekend aan de Vorgründungsgesellschaft.
In deze specifieke omstandigheden en om de neutraliteit van de belastingdruk te kunnen garanderen moet worden aangenomen dat wanneer de lidstaat gebruik heeft gemaakt van de door de artikelen 5, lid 8, en 6, lid 5, van de Zesde richtlijn geboden mogelijkheden, wegens het feit dat volgens deze bepalingen ‘de overnemer in de plaats treedt van de overdrager’, moet worden toegestaan dat een Vorgründungsgesellschaft, als overdrager, de belaste handelingen van de overnemer, te weten de Aktiengesellschaft, in aanmerking neemt om de BTW te kunnen aftrekken die hij heeft betaald over de goederen en diensten die hij in een eerder stadium heeft verworven ten behoeve van de belaste handelingen van die overnemer.
Hiermee is de aftrek bij de Vorgründungsgesellschaft gered.