Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.3.3.2
8.3.3.2 Weging
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186673:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
HR 3 juni 1994, NJ 1995/341 (Antillen/Komdeur q.q. II), r.o. 3.3, HR 9 juni 2000,NJ 2000/577, JOR 2000/158 (Durmaz/Kramer q.q.), r.o. 3.3 en 3.4, HR 21 januari 2005, NJ 2005/249 (Jomed I), r.o. 3.7 en HR 28 september 2018, JOR 2018/317 (LM/Van Boven q.q.). Zie ook GS Faillissementswet/Verstijlen, art. 69 Fw, aant. 6. Vgl. Wessels Insolventierecht IV 2015/4229a.
Vgl. Verstijlen 2015, par. 7. Zie bijvoorbeeld ook Rb. Noord-Holland 15 augustus 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:7326 (25.000 kippen).
Vgl. HR 28 september 2018, JOR 2018/317 (LM/Van Boven q.q.), r.o. 3.3.2.
Zie MvT, Van der Feltz I, p. 27, HR 20 januari 2006, JOR 2006/161 (Bennink Bolt & Bosua/Curatoren), r.o. 3.4.2, HR 9 juni 2000, NJ 2000/577, JOR 2000/158 (Durmaz/Kramer q.q.).
Zie Polak/Pannevis 2017, p. 267 en 268, Verstijlen 1994, Verstijlen 2015, par. 7 en bijvoorbeeld Rb. Noord-Holland 15 augustus 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:7326 (25.000 kippen).
Vgl. met een dergelijke argumentatie over een borg: Rb. Rotterdam 7 juli 2010,JOR 2011/197 (Amex).
517. In sommige gevallen vergt de beoordeling van het boedelbeheer een belangenafweging. Het belang van de gezamenlijke schuldeisers moet soms worden gewogen tegen het belang van de schuldenaar, tegen het belang van de schuldeiser die het verzoek heeft ingediend1, of tegen een maatschappelijk belang.2 Ook bij die afwegingen is de toets steeds dat het verzoek wordt toegewezen als dat bijdraagt aan juist boedelbeheer.3 Richtig boedelbeheer is in beginsel beheer conform het abstracte belang van de gezamenlijke schuldeisers en dat is maximalisatie van de opbrengst van de faillissementsboedel.4 In sommige gevallen is het echter richtig boedelbeheer om voorrang te geven aan andere belangen, bijvoorbeeld maatschappelijke belangen.5
Een achterstelling beïnvloedt deze belangenafweging niet.6 Een achtergestelde schuldeiser heeft net zoveel belang bij de voldoening van zijn vordering als andere schuldeisers. Voor zover de achtergestelde schuldeiser de voldoening van zijn vordering ondergeschikt heeft gemaakt aan de voldoening van andere vorderingen komt dat tot uiting bij de verdeling van de executie-opbrengst.
Als maatschappelijke belangen moeten worden afgewogen tegen de voldoening van een achtergestelde schuldeiser, dan is die afweging dezelfde als wanneer maatschappelijke belangen moeten worden afgewogen tegen de voldoening van niet-achtergestelde schuldeisers. Een achtergestelde schuldeiser heeft de voldoening van zijn vordering ondergeschikt gemaakt aan de voldoening van andere schuldeisers, maar de voldoening van een achtergestelde vordering is niet meer of minder ondergeschikt aan maatschappelijke belangen dan de voldoening van een andere schuldeiser. Dat is alleen anders als de achterstelling is overeengekomen met het oog op een maatschappelijk belang, zoals wanneer een schuldeiser zijn vordering achterstelt bij een vordering uit hoofde van een verplichting tot opruiming van milieuschade.