Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.2.5:2.2.5 Conclusies
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.2.5
2.2.5 Conclusies
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS299792:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
32
Artikel 23 Rv verbiedt de civiele rechter om buiten de vordering te treden. Op grond van dit artikel dient de rechter namelijk te beslissen op al hetgeen is gevorderd. De partijautonomie ligt ten grondslag aan artikel 23 Rv. Om te voorkomen dat de rechter buiten de vordering treedt, dient hij de vordering uit te leggen.
In de Laurus-beschikking heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt welke gezichtspunten de rechter hierbij dient te hanteren: de stellingen van partijen en het processuele debat. Het is denkbaar dat een vordering iets taalkundig zou kunnen omvatten, maar dat de stellingen van partijen en het processuele debat niet direct met zich brengen dat de vordering ook als zodanig begrepen moet worden. In een dergelijk geval kan de rechter dit aspect ambtshalve opwerpen, mits hij daarvoor een aanknopingspunt ziet in het partijdebat. Het belang van dat partijdebat betreft het verzekeren van een voldoende mogelijkheid tot hoor en wederhoor, evenals het daarmee verband houdende equality of arms-beginsel. Artikel 23 Rv berust dus op uitgangspunten ontleend aan artikel 6 EVRM.