Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.6.3.1
2.6.3.1 Meer terughoudendheid
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661390:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Van de Sande 2019, p. 251; Van de Sande 2014, par. 5; Barendrecht 2002 e.a., p. 37, 23.
Van de Sande 2019, p. 251.
Schlössels e.a. 2019, 2019/1021.
Van de Sande 2019, p. 250-251; Van de Sande 2014, p. 195; Barendrecht e.a. 2002, p. 36-37.
Van de Sande 2019, p. 252; gebaseerd op o.a. ABRvS 1 maart 2006, nr. 200504310/1, AB 2006/188 m.nt. N. Verheij, r.o. 2.5.2; Van de Sande 2014, p. 195.
Van de Sande 2014, p. 195; Van de Sande 2019, p. 252.
Van de Sande 2019, p. 251.
Barendrecht 2002, p. 27; Van de Sande 2014, p. 194. Volgens Van de Sande is dit argument ‘hoofdzakelijk rechtspolitiek’ van aard.
Van de Sande 2019, p. 251-252.
Zie Van Triet 2021, p. 835-836 onder verwijzing naar jurisprudentie van de algemene bestuursrechters.
Scheltema 1975, p. 36.
Van Triet 2021, p. 184-185.
Van de Sande 2019, p. 251.
Van de Sande 2014, p. 195. Vgl. Damen 2018, p. 70-71, 91.
Van de Sande 2019, p. 193-194; Barendrecht e.a. 2002, p. 36.
Schlössels en Zijlstra 2017, par. 1.2.2.2, punt 26.
Van de Sande 2019, p. 200.
Voor relatief meer terughoudendheid bij het aannemen van aansprakelijkheid van de overheid bij algemene, ‘ongerichte’, informatie pleiten onder meer de volgende (deels samenhangende) argumenten.
Rechtspolitiek argument
Als belangrijkste argument voor terughoudendheid wordt wel genoemd het belang van de voorlichtende taak van de overheid.1 Een vergelijkbaar argument is in het belastingrecht bekend (paragraaf 4.3.2.6). Van de Sande is helder over de waarde van dit argument: volgens hem moet het belang van overheidsvoorlichting niet worden onderschat, maar hij acht de voorlichtende functie van de overheid geen juridisch argument – althans, niet zelfstandig – om terughoudend te zijn bij het aannemen van aansprakelijkheid van de overheid.2 Ook Schlössels e.a.3 achten het argument niet overtuigend, want als de overheid nauwelijks op de verschafte informatie kan worden aangesproken, doet dat af aan een doeltreffende uitvoering van de voorlichtende taak (paragraaf 2.6.3.2).
Argument van het algemene karakter van voorlichting
In de literatuur wordt gewezen op het karakter van algemene informatie, waardoor terughoudendheid op zijn plaats is. Voorlichting betreft veelal algemene, ‘ongerichte’ informatie, die naar zijn aard niet is toegespitst op de specifieke omstandigheden van het geval, globale bewoordingen en veelal hoofdlijnen bevat, niet alle mogelijkheden omschrijft en doorgaans een ‘vereenvoudigd karakter’ heeft.4 Daarom moet volgens Van de Sande rekening worden gehouden met onvolledigheid van die informatie, waardoor niet snel op volledigheid mag worden vertrouwd. Dat komt anders te liggen als die informatie ‘een hoge graad van volledigheid suggereert’5 of zodanig gedetailleerd is ‘dat deze kan worden gelijkgesteld met informatie die op een concrete situatie betrekking heeft’.6 In het belastingrecht is het karakter van voorlichting, ten opzichte van bijvoorbeeld concrete toezeggingen, medebepalend bij de vertrouwensleer (paragraaf 4.3.2.6).
Praktisch argument
Praktisch argument is dat een andere, minder terughoudende koers ertoe kan leiden dat de overheid minder geneigd zal zijn om voorlichting te geven. Althans, dat de overheid ‘daarmee behoedzamer zal omspringen, ter beperking van de (financiële) risico’s’ die de verstrekking van informatie aan de burger meebrengen.7 Aan dit argument ligt volgens Barendrecht e.a. de gedachte ten grondslag ‘dat informatieverstrekking door bestuursorganen niet onaantrekkelijk zou moeten worden gemaakt, met als gevolg dat zij alleen summiere informatie zouden willen verstrekken.’8 In het belastingrecht zou dat inderdaad onwenselijk zijn, hoewel de Belastingdienst bij goede voorlichting ook een ‘eigen belang’ heeft en dit argument dus in zoverre minder opgaat (paragraaf 2.3.3). Voor terughoudendheid pleit in praktisch opzicht bovendien dat de overheid kan inboeten op het laagdrempelige karakter van algemene informatie, wanneer uit angst voor aansprakelijkheid wordt volstaan met het weergeven van wet- en regelgeving in plaats van een begrijpelijke, toegankelijke weergave.9 Dan gaat begrijpelijkheid ten koste van juistheid (paragraaf 2.5.2). Deze vrees ligt in het belastingrecht minder voor de hand, alleen al omdat de Belastingdienst hecht aan begrijpelijke voorlichting in zijn compliancestrategie (paragraaf 2.3.3, 3.3)
Bindingsbedoeling
Als argument om de overheid niet te snel te binden aan voorlichting wordt ook wel gewezen op het gegeven dat het bestuursorgaan zich met algemene informatie niet heeft willen binden aan een standpuntbepaling over de wijze waarop het zijn bevoegdheden uitoefent in een concreet geval.10 Bij voorlichting heeft het bestuursorgaan niet de intentie om zich uit te laten over een (te nemen) beslissing in een concreet geval. Daar valt evenwel tegenin te brengen dat, aldus Scheltema, hoewel de overheid met een inlichting niet de bedoeling heeft om zich te binden, dit niet betekent dat zij de overheid niet kan binden.11 Van Triet betoogt bovendien dat er nog steeds (te) weinig aandacht is voor hoe een redelijk handelende burger de overheidsuitlating zou opvatten.12 Volgens haar gaat het daarbij mis omdat de bestuursrechter de (achteraf gegeven uitleg van de) bedoeling van het bestuursorgaan volgt en de burger vervolgens met teleurstelling achterblijft.
Argument van juridisering
Een ander argument is dat een te snelle aansprakelijkheid van de overheid voor zijn informatie een juridiserend kan effect hebben. Het idee is dat de overheid – om aansprakelijkheid zoveel mogelijk te beperken – geneigd kan worden eerder te verwijzen naar de mogelijkheid een formele aanvraag in te dienen in plaats van actief informatie te verstrekken.13 Beschikbaarheid van toegankelijke, goede voorlichting ‘dejuridiseert juist’, aldus Van de Sande, want de burger die adequaat is voorgelicht ziet mogelijk af van zinloze verzoeken of het instellen van (weinig kansrijke) rechtsmiddelen.14 In het belastingrecht is hetzelfde argument denkbaar (denk aan het indienen van een verzoek tot standpuntbepaling in plaats van laagdrempelige telefoontje aan de BelastingTelefoon), zij het dat inboeten op de uitvoering van de voorlichtende taak minder voor de hand ligt vanwege zijn functie in een efficiënte belastingheffing (paragraaf 2.3.3, 2.4.3).
Financieel argument: onvoorzienbare consequenties
In de literatuur wordt verder gewezen op de impact in termen van financiële gevolgen bij (snelle) aansprakelijkheid voor algemene informatie. Dat risico wordt des te relevanter geacht als het gaat om situaties die zich regelmatig kunnen voordoen, bij een groot aantal burgers en met een relatief aanzienlijke schade.15 Bovendien is niet goed te voorzien waartoe een minder terughoudende opstelling bij onjuiste voorlichting zou leiden in termen van schadevergoeding, zo benadrukken Schlössels en Zijlstra.16 Eventuele financiële impact van snelle(re) gebondenheid aan informatie is uiteraard ook voor het belastingrecht een relevant bezwaar (paragraaf 7.6.2.j).
Belangeloze informatieverstrekking
Tot slot wordt wel genoemd dat als de overheid belangeloos en kosteloos informatie geeft, dat ervoor kan pleiten dat de overheid daar minder op hoort te worden ‘afgerekend’.17 Mijns inziens is dit argument in de fiscale context niet sterk, aangezien voorlichting door de Belastingdienst niet zozeer een gunst aan de burger is, maar een rechtsstatelijke noodzaak (paragraaf 2.3).