Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/2.1.4
2.1.4 Het vormingsideaal van verbindend democratisch burgerschap
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977369:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Raad Openbaar bestuur, Burgers betrokken, betrokken burgers, Den Haag: Rob 2004 en Burgers betrekken: een handleiding voor burgerparticipatie, Den Haag: Rob 2005.
Vgl. Hendriks 2006, p. 57-58.
L. van Aalsum, Spiritualiteit in het onderwijs. Een handreiking, Delft: Eburon 2011, p. 111.
M. Nussbaum & A. Sen, The Quality of Life, Oxford: OUP 1993, p. 242 e.v.
Vgl. N. Wilterink & B. van Heerikhuizen (red.), Samenlevingen, Groningen: WoltersN 2007 en L. van de Graaf, ’Visie op wereldburgerschap. Het dominante denken is misschien wel aan heroriëntatie toe’, M & P 2020, 06, p. 14-15.
J. Rawls, A Theory of Justice, Cambridge (Mass.) 1971; vgl. C. Sunstein, ’Beyond the Republican Revival’, Yale Law Journal, 97, p. 1539 e.v. en Tinnevelt & Verschraegen (red.), Rawls. Een inleiding in zijn werk, Kampen: Klement 2002, p. 101.
Van het Latijnse solidair: samenvoegend.
Vgl. E. Borgman, ’Naar een waarachtig christendemocratische visie op gemeenschap’, CDV Winter 2017, p. 141-148.
Voor iustitia distributiva: Duynstee 1956, p. 7, J.W.M. Hendriks, De katholieke school, Brugge: Tabor 1986, p. 104, 111, 131, 142, 197 en R. Tinnevelt, ‘De democratische rechtsstaat en de lokkende stemmen van de sirenen’, in: Van den Heuvel & Tinnevelt (red.) 2022, p. 103-105.
P. Heerma, ´Wat is de essentie van een vrije samenleving?´, Bestuursforum 2018, 1, p. 10-11.
Vgl. W. ter Horst, Onderwijzen is opvoeden, Utrecht: VBK Media, 2007.
Zie: H. Boutellier & R. van Steden 2008.
Ibid., p. 114; vgl. M. Freitag, ´Bowling the state back in: political institutions and the creation of social capital´, European Journal of Political Research, 45, p. 123-152, F. Timmermans, 2015, p. 33-35 en W. Blankert, ‘Wat bindt ons? Staats- en natievorming in het vwo-examen maatschappijwetenschappen’, M & P 2016, 07, p. 18-19.
SLO, BaƩiƩ, Deel III, Leeuwarden: Eisma 1981, p. 94 en Nussbaum 2011, p. 73, 80.
Hermesdorf 1966, p. 287 e.v.
Vgl. W.J.M. van Esch, Schoolbesturen en de vrijheid van onderwijs, (diss. KUN), Nijmegen: ITS 1988, W.J.M. van Esch e.a., 1992 en K. Meijlink, Denken over onderwijs, Budel: Damon 2015, Onderwijs in ‘wie ben ik’, p. 117 en ‘Leren in de 21e eeuw’, p. 121.
R.D. Putnam 2000; J. Winkel & P. Hoogeveen 2014, Tonkens & Kroese 2009, voor stedelijk burgerschap: Odé & Walraven (red.) 2013 en Kinneging 2005, p. 66-67.
Vorming tot goed burger
In mijn vormingsideaal van verbindend democratisch burgerschap vormt de bevordering van de groei van het kind op (zelf)kritische wijze in zijn (familie) groep en buurtgemeenschap het begin van de vorming tot goed burger.1 Van dit vormingsproces kunnen de op de maatschappelijke aanpassing gerichte of meer kritisch-democratische aspecten van burgerschap onderdeel uitmaken.2 De focus van het verbindend democratisch burgerschap ligt op (levensbeschouwelijke)3 vorming voor het goede leven (eudaimonia)4 en het democratisch burgerschap met de toerusting van leerlingen met democratische kennis en 21e eeuwse burgerschapsvaardigheden als burgerzin.5
Putnams concept van goed burgerschap: bona communia
Ik baseer me voor mijn vormingsideaal op Putnams concept van ‘goed burger’. Op de eerste plaats vraagt dit om leerlingen democratische kennis en sociale vaardigheden bij te brengen en hen te laten oefenen met democratische basishoudingen van politieke betrokkenheid (in een debat als civic republicanism) en burger- of gemeenschapszin als persoonsvorming.6 Op de tweede plaats vraagt het verbindend democratisch burgerschap om persoonlijke kwaliteiten als hulpvaardigheid en solidariteit.7 Op de derde plaats kan verbindend democratisch burgerschap de verdelende rechtvaardigheid en de opbouw van een democratische samenleving bevorderen.8 Het concept vraagt dus om een streven naar rechtvaardige verdeling (iustitia distributiva)9 van de schaarse (stoffelijke en geestelijke) goederen (bona communia) en een duurzame samenleving.10 Deze invulling van burgerschap vormt een sequeel van de pedagogische opdracht van de school11 als waardengemeenschap met een nastrevenswaardige veilige democratische schoolcultuur.12
Democratisch burgerschap in plaats van actief burgerschap
Verbindend democratisch burgerschap is te prefereren boven actief burgerschap (in de zin van de wil en het vermogen deel uit te maken van een gemeenschap en daaraan actief bij te dragen). Meer dan actief burgerschap is het gewenste democratisch burgerschap verbonden aan de individuele levensbron en houding van eerlijk delen boven de collectiviteit. In par. 12.1 en in de codificatievoorstellen kom ik hierop terug.
Bonding, bridging and linking social capital: empathische burgers
Op Putnams ‘bonding’-school als oefenplaats van democratie, solidariteit en wereldburgerschap kan de vorming tot verbindend democratisch burger in een goed pedagogisch klimaat gedijen. Een ‘bridging’-houding is geschikt om verschillen tussen de etnische, culturele en levensbeschouwelijke groepen te overbruggen.13 Met het handelen vanuit een verbindend-empathische houding komt het bevorderen van Putnams linking social capital (smeerolie) voor de sociale integratie een stap dichterbij.14 Een rol van betekenis speelt hierbij voor leerlingen vooral het ontwikkelen van bepaalde luister-, overleg- en debatvaardigheden. Het debat als kern van democratische vaardigheden speelt al een centrale rol in de samenleving van de oude Grieken15 en Romeinen. Een voorbeeld vormen de disputen op de Atheense agora, waar vrije mannen zich verzamelden. Het tegenwoordige debat eist van deelnemers andere vaardigheden en technieken. Ze moeten social media kritisch kunnen hanteren.16
Toerusting met gedeelde basiswaarden van de democratische rechtsstaat
Het is goed mogelijk, binnen de in hoofdstuk 11 te bespreken grenzen die door artikel 23 Grondwet worden getrokken, om burgers toe te rusten met een minimum aan algemeen gedeelde basiswaarden en -normen van de democratische rechtsstaat.17 De uitoefening van het verbindend democratisch burgerschap, voorzien van Putnams vaardigheden van bonding, bridging en linking social capital vereist vooral empathische en op de gemeenschap gerichte en verbonden burgers.18