De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.3.1:4.3.1 Inleiding
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.3.1
4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949535:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is in het algemeen beschreven hoe de leraar en het bevoegd gezag zich tot elkaar verhouden. In deze paragraaf wordt nader ingegaan om de werknemer/werkgeververhouding die tussen hen bestaat. De leraar is doorgaans een werknemer in dienst van het bevoegd gezag. Als werkgever kan het bevoegd gezag aan de leraar instructies geven. Uit hoofde van de arbeidsovereenkomst die de leraar en het bevoegd gezag zijn aangegaan, is een gezagsverhouding ontstaan. Dit is relevant omdat deze gezagsverhouding kan botsen met de autonomie die de leraar als professional toekomt.
In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de leraar als werknemer en het bevoegd gezag als werkgever. Daarbij staat de gezagsverhouding die tussen hen bestaat en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om instructies te geven centraal. De verdere rechtspositie van de leraar bezien vanuit het arbeidsrecht wordt slechts kort belicht, aangezien dit niet direct raakt aan de autonomie van de leraar bij het geven van onderwijs en het afnemen van examens. Om de gezagsverhouding tussen het bevoegd gezag en de leraar in kaart te brengen wordt eerst geschetst welk recht van toepassing is. Vervolgens wordt nader ingegaan op de arbeidsovereenkomst die de leraar en het bevoegd gezag aangaan. Daarbij wordt ingegaan op de uit de overeenkomst voortvloeiende gezagsverhouding en de plicht om zich ten opzichte van elkaar te gedragen als goed werkgever en goed werknemer. Ten slotte wordt kort de verhouding van het arbeidsrecht tot het onderwijsrecht beschreven en wordt ingegaan op de verhouding tussen het bevoegd gezag en de leraar die werkzaam is als zelfstandige of uitzendkracht.