Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.7.5:9.5.7.5 Vrije bewijswaardering
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.7.5
9.5.7.5 Vrije bewijswaardering
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581170:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Uit het onderzoek van Mobley blijkt dat in België, Tsjechië, Frankrijk, Hongarije, Italië, Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk de beslissing van een mededingingsautoriteit niet bindend is in een civiele procedure. In Polen, Spanje en in het Verenigd Koninkrijk onder de 'Enterprise Act 2002' is een voorafgaande beslissing van een mededingingsautoriteit wel bindend in een civiele procedure. Zie Mobley 2003, p. 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien men van oordeel is dat de leer van de formele rechtskracht (of bindende rechtskracht indien het de Commissie betreft) onder de gegeven omstandigheden niet van toepassing is (bijvoorbeeld omdat een derde niet als derde-belanghebbende in een bestuursrechtelijke procedure heeft kunnen opkomen voor zijn zaak) dan vormt een besluit van de NMa, de Commissie of een buitenlandse mededingingsautoriteit in ieder geval een belangrijk gezichtspunt bij de vorming van een oordeel door de burgerlijke rechter. Het zal veelal een overtuigend en doorslaggevend argument vormen dat door de eisende partij wordt ingebracht om de mededingingsinbreuk aan te tonen.1
De waardering van het bewijs is in beginsel aan het oordeel van de burgerlijke rechter overgelaten (tenzij de wet anders bepaalt) op grond van artikel 152 lid 2 Rv. De Nederlandse rechter is dus, ingeval geen formele rechtskracht of bindende rechtskracht wordt aangenomen, vrij in de waardering van de beslissing van een mededingingsautoriteit. De bewijskracht van een besluit van een mededingingsautoriteit zal afhangen van de wijze waarop de mededingingsautoriteit haar besluit heeft gemotiveerd en van de mogelijke betwisting door de laedens. Haak & VerLoren van Themaat zijn terecht van mening dat ingeval de gedaagde partij uitvoerig gemotiveerd weerlegt waarom het besluit van de NMa onjuist is, de civiele rechter zal moeten ingaan op deze betwisting en niet kan volstaan met een eenvoudige verwijzing naar een besluit van de NMa. Het is ook mogelijk dat de rechter aanvullend bewijs van de overtreding noodzakelijk acht om de overtreding aan te nemen.