Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/10.4.1:10.4.1 Procesrechtelijke positie
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/10.4.1
10.4.1 Procesrechtelijke positie
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen, datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180386:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 december 2016, r.o. 5.3 en 5.11, ECLI:NL:GHARL:2016:9858, JOR 2017/35, m.nt. C.M. Harmsen.
Rechtbank ’s-Gravenhage 17 augustus 2011, r.o. 4.7, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3328 en Rechtbank Arnhem 21 september 2011, r.o. 4.3, ECLI:NL:RBARN:2011:BT6497.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 december 2016, r.o. 5.14, ECLI:NL:GHARL:2016:9858, JOR 2017/35, m.nt. C.M. Harmsen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer de curator in het geheel geen of geen volledige administratie bij de gefailleerde vennootschap aantreft over de drie jaren voorafgaand aan het faillissement, kan hij – in het systeem van artikel 2:138 lid 2/2:248 lid 2 BW – alle bestuurders die bestuurder waren in de drie jaren voorafgaand aan het faillissement aansprakelijk stellen wegens schending van de bewaarplicht. De stelplicht en de bewijslast ter zake van de schending van de bewaarplicht rust ingevolge artikel 150 Rv in beginsel op de curator.1 In het geval van een voldoende gemotiveerde betwisting door de aansprakelijk gestelde bestuurder, ligt het in beginsel op de weg van de curator te bewijzen dat niet aan de bewaarplicht is voldaan.
Zonder aangetroffen administratie is het voor de curator eenvoudig om de (voormalige) bestuurder(s) van de gefailleerde rechtspersoon aansprakelijk te stellen wegens schending van de bewaarplicht. De verklaring van de curator dat geen administratie is aangetroffen, is daarvoor al voldoende. Een redelijke bewijslastverdeling brengt vervolgens met zich dat het aan de aangesproken (voormalig) bestuurder is, zijn verweer – dat die administratie er wel is of tijdens zijn bestuursperiode er wel is geweest – deugdelijk en concreet onderbouwd te motiveren en aannemelijk te maken. De (voormalig) bestuurder moet immers beter in staat worden geacht de benodigde feitelijke informatie te verschaffen.2
Wanneer de curator wel enige administratie van de gefailleerde rechtspersoon aantreft maar deze zodanig is dat hij tot de conclusie komt dat in de drie jaren voorafgaand aan het faillissement niet aan de bewaarplicht is voldaan, dan ligt het op grond van artikel 150 Rv op de weg van de curator om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken waaruit de juistheid van deze stelling blijkt. Afhankelijk van het gevoerde verweer en hetgeen wel aan administratie is aangetroffen, zal de rechter vervolgens moeten oordelen of wel of niet sprake is van schending van de bewaarplicht.3