Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.3.6.4
7.3.6.4 Afrekening op verzoek
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS452933:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
Blijkens de memorie van toelichting zijn de 'gezamenlijke belanghebbenden' bij de overgang krachtens erfrecht alle erfgenamen en bij de overgang krachtens huwelijksvermogensrecht de (ex-)man en de (ex-)vrouw, Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 65. Zie tevens het Besluit 29 september 1997, nr. DB2742M, V-N 1997, blz. 4101 e.v. (vraag E.2), waarin de staatssecretaris van Financiën aangeeft dat naar zijn mening alle gezamenlijke belanghebbenden een andere keuze kunnen maken.
Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 66. De staatssecretaris van Financiën heeft ervoor gekozen de wettekst op dit punt niet te compliceren, omdat hierover geen misverstand behoeft te bestaan en het overigens om weinig gevallen zal gaan.
Vgl. HR 15 april 1992, BNB 1993/146.
De memorie van toelichting Tweede Kamer bevat een viertal voorbeelden waarin de diverse keuzemogelijkheden worden toegelicht, Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 66-67.
Indien gewenst kunnen de gezamenlijke belanghebbenden ingevolge art. 20d, eerste lid, Wet IB om afrekening van de aanmerkelijkbelangclaim verzoeken.1 In de oude aanmerkelijkbelangregeling was een soortgelijke regeling opgenomen in art. 39, tiende lid, (oud) Wet IB. Opvallend is dat doorschuiving van de verkrijgingsprijs van de erflater resp. degene van wiens zijde de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen in de huwelijksgemeenschap zijn gevallen op de voet van art. 20a, zevende lid, Wet IB regel is en de aanmerkelijkbelangclaim op verzoek van de gezamenlijke belanghebbenden wordt afgerekend. Deze systematiek valt op, aangezien in de ondernemingssfeer een soortgelijke regeling is opgenomen in art. 15, eerste en tweede lid, Wet IB, welke regeling precies omgekeerd is uitgewerkt. Ingevolge art. 15, eerste en tweede lid, Wet IB is afrekening van de belastingclaim regel doch kan op verzoek van degenen die de onderneming (mede) voortzetten, deze afrekening achterwege blijven. Alsdan treden degenen die de onderneming (mede) voortzetten in de voetsporen van de rechtsvoorganger krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht. In de aanmerkelijkbelangregeling geldt echter precies het omgekeerde en is doorschuiving de regel en afrekening (op verzoek) de uitzondering.
Wordt een dergelijk verzoek tot afrekening van de aanmerkelijkbelangclaim bij de aangifte waarin alsdan het vervreemdingsvoordeel is begrepen, gedaan, dan wordt ingevolge art. 20c, vierde lid, eerste volzin, Wet IB de waarde in het economische verkeer van de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen als tegenprestatie in aanmerking genomen. Blijkens de memorie van toelichting brengt een redelijke wetstoepassing vervolgens met zich mee dat de bij doorschuiving relevante verkrijgingsprijs van de erflater, onderscheidenlijk degene van wiens zijde de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen in de huwelijksgemeenschap zijn gevallen, wordt aangepast voor zover afrekening heeft plaatsgevonden.2
Afrekening van de aanmerkelijkbelangclaim zal veelal gewenst zijn in de volgende situaties:
er is sprake van een potentieel aanmerkelijkbelangverlies terzake van de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen;
de erflater resp. de huwelijkspartner van wiens zijde de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen in de huwelijksgemeenschap vallen, beschikt over compensabele verliezen die anders onbenut zouden blijven;
de erfgenamen wensen de krachtens erfrecht verkregen aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen binnen afzienbare tijd te vervreemden. Door dan om afrekening van de aanmerkelijkbelangclaim bij de erflater te verzoeken, kan voor de heffing van successierecht de materiële inkomstenbelastingschuld uit hoofde van de aanmerkelijkbelangheffing in mindering worden gebracht op de nalatenschap in plaats van de latente aanmerkelijkbelangclaim van 6,25% (art. 20, vijfde lid, onderdeel c en zesde lid, SW).3
De afrekeningopverzoekregeling van art. 20d, eerste lid. Wet IB is van overeenkomstige toepassing, indien krachtens erfrecht - bij testament dan wel in het kader van de verdeling van de nalatenschap - of huwelijksvermogensrecht een niet-tijdelijk genotsrecht wordt gevestigd.
Het verzoek om afrekening van de aanmerkelijkbelangclaim kan zowel worden gedaan op het moment waarop de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen onder algemene titel of krachtens erfrecht onder bijzondere titel overgaan op de rechtsopvolgers krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht als op het moment waarop de nalatenschap of huwelijksgemeenschap wordt verdeeld. Tevens kan het verzoek om afrekening van de aanmerkelijkbelangclaim op beide momenten geschieden. Dit betekent dat de volgende varianten mogelijk zijn:4
doorschuiving bij de overgang krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht en doorschuiving bij de verdeling van nalatenschap of huwelijksgemeenschap;
doorschuiving bij de overgang krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht en afrekening bij de verdeling van de nalatenschap of huwelijksgemeenschap;
afrekening bij de overgang krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht en doorschuiving bij de verdeling van de nalatenschap of huwelijksgemeenschap;
afrekening bij de overgang krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht en afrekening bij de verdeling van de nalatenschap of huwelijksgemeenschap.