De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/9.11:9.11 Omzetting
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/9.11
9.11 Omzetting
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250438:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
E.C.A. Nass 2019, p. 187-188.
Zie § 2.3.1.
Zie § 2.3.5.
E.C.A. Nass 2019, p. 187-188.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een (Nederlandse) moeder- of 403-maatschappij kan zich op grond van art. 2:18 BW omzetten in een andere rechtsvorm. Als een moeder- of 403-maatschappij zich omzet, heeft dat geen gevolgen voor de 403-aansprakelijkheid.1 De moedermaatschappij blijft aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij tot het moment van de omzetting heeft verricht, en zolang de moedermaatschappij de 403-verklaring niet intrekt, is zij ook aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit nieuwe rechtshandelingen van de 403-maatschappij. Aangezien door de omzetting de groepsband tussen de moeder- en de 403-maatschappij niet wordt verbroken, kan de moedermaatschappij de overblijvende aansprakelijkheid na intrekking van de 403-verklaring niet beëindigen.
De omzetting van de moeder- of de 403-maatschappij kan er wel toe leiden dat de 403-maatschappij niet meer gebruik mag maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime. Ik heb er in hoofdstuk 2 op gewezen dat de jaarrekeningvrijstelling slechts openstaat voor bepaalde rechtsvormen.2 Als een 403-maatschappij zich omzet, mag zij slechts gebruik blijven maken van deze vrijstelling als zij nadien een van de volgende rechtsvormen heeft: NV, BV, commerciële vereniging,3 coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma waarvan alle vennoten die volledig jegens schuldeisers aansprakelijk zijn voor de schulden kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht zijn, SE of SCE met statutaire zetel in Nederland, of een formeel buitenlandse vennootschap die niet aan het recht van een andere lidstaat is onderworpen.4
Met betrekking tot de omzetting van een moedermaatschappij geldt dat de 403-maatschappij niet meer gebruik mag maken van de jaarrekeningvrijstelling als de moedermaatschappij hierdoor niet meer kan voldoen aan het vereiste ex art. 2:403 lid 1 sub c BW. Op grond van deze bepaling dienen de financiële gegevens van de 403-maatschappij te zijn geconsolideerd in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij waar krachtens het toepasselijke recht de in deze bepaling genoemde Europese richtlijnen of de verordening EU IFRS op van toepassing zijn.5
Nass geeft als voorbeeld dat een 403-maatschappij niet meer gebruik mag maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime, als zij is omgezet in een stichting of als de moedermaatschappij is omgezet in een vereniging die niet onder art. 2:360 lid 3 BW valt.6