Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/3.5.2.2
3.5.2.2 Informatieplichten bij het sluiten van de overeenkomst langs elektronische weg
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS391588:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6:227b lid 1 BW is niet van toepassing op overeenkomsten die uitsluitend door middel van de uitwisseling van elektronische post of een soortgelijke vorm van individuele communicatie tot stand zijn gekomen (art. 6:227b lid 3 sw) en daarmee primair gericht op overeenkomsten die tot stand komen via websites. Hieronder vallen ook situaties waarbij het contact dat tot de overeenkomst heeft geleid, slechts gedeeltelijk via e-mail of vergelijkbare individuele communicatie is verlopen.
Zie Drion & Van Wechem 2002, p. 453.
Hoe deze bepaling zich precies verhoudt tot het bepaalde in art. 6:227c lid 1 BW is volgens Drion en Van Wechem onduidelijk, Drion & Van Wechem 2002, p. 453. Deze relatie is echter niet onduidelijk. De wetgever zou deze twee aan elkaar gerelateerde verplichtingen echter hebben kunnen integreren in een bepaling, maar heeft hier de richtlijn gevolgd. Op grond van art. 6:227c lid 1 BW dient de ISP aan de klant passende, doeltreffende en toegankelijke middelen ter beschikking te stellen waarmee de wederpartij voor de aanvaarding van de overeenkomst van door hem niet gewilde handelingen op de hoogte kan geraken en waarmee hij deze kan herstellen. In dit artikel is geen sprake van een informatieplicht, maar van een plicht om middelen ter beschikking te stellen. Elektronisch bestellen brengt met zich mee dat fouten in de vorm van misklikken kunnen optreden. Op de ISP wordt een verantwoordelijkheid gelegd om zijn website zo in te richten dat de aspirant-klant eventuele onbedoelde bedieningshandelingen kan opmerken en herstellen voordat daadwerkelijk een overeenkomst tot stand komt. Concreet betekent dit dat de aspirant-klant voordat hij zijn aanmeldingsformulier kan verzenden een overzicht moet zien van zijn complete bestelling. De aspirant-klant moet daarin zonodig nog wijzigingen kunnen aanbrengen, bijvoorbeeld doordat hem de mogelijkheid wordt geboden om terug te gaan naar vorige pagina's om eventuele fouten in de verstrekte gegevens te herstellen, voordat hij ter instemming op de 'ok-knop' klikt. Deze bepaling is er mede in het belang van de ISP zelf, aangezien deze hierdoor meer zekerheid krijgt dat de aldus tot stand gekomen overeenkomsten ook daadwerkelijk tot stand komen en onaantastbaar zijn. Zie ook Van Esch 2001, p. 375.
Drion & Van Wechem 2002, p. 453.
Zie ook Siemerink 2003 C en Terryn 2003.
In het begin werd het internet beschouwd als een separate wereld met eigen regels en eigen sancties. Die regels waren met name neergelegd in de RFc's en een serie gedragsregels, de Netiquette. Naar deze gedragsregels wordt door isF's nog steeds verwezen. Niet duidelijk is welke waarde kan worden toegekend aan de Netiquette. Zie hierover hoofdstuk 4 paragraaf 4.32.7 'Gedragscodes'.
Zie onder andere de bijlage paragraaf 5.1 'Algemene bedingen' onderdeel E. Geschillen-beslechting en toepasselijk recht. De NLIP is echter per 21 april 2005 opgeheven.
Zie hierover hoofdstuk 4 paragraaf 4.32.7 'Gedragscodes'.
Deze verplichting is ook van toepassing op overeenkomsten die uitsluitend via uitwisseling van elektronische post of vergelijkbare individuele communicatie worden gesloten.
Op de vraag wat het kernbeding van een 'sr-overeenkomst is, wordt ingegaan in hoofdstuk 4 paragraaf 4.2 'Kernbeding en algemene voorwaarden van 'sr-overeenkomsten'.
Zie ook art. 6:227c BW.
Bij het sluiten van de overeenkomst langs elektronische weg wordt in art. 10 van de Richtlijn inzake elektronische handel aan de ISP een aantal extra informatieverplichtingen opgelegd, die op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze aan de aspirant-klant moeten worden verstrekt voordat de aspirantklant het aanbod van de ISP aanvaard. Deze precontractuele informatieplichten zijn in de Aanpassingswet inzake elektronische handel in art. 6:227b lid 1 BW overgenomen. Het betreft informatie die ervoor dient te zorgen dat aspirantklanten op basis van een juiste voorstelling van zaken een overeenkomst aangaan. Daarnaast zijn de informatieplichten gericht op het ordentelijk verloop van het totstandkomingsproces en tot slot zijn er ook nog informatieverplichtingen die betrekking hebben op de archivering. Met de informatieplichten wordt meer duidelijkheid en transparantie verschaft, waardoor het vertrouwen van de klanten, en in het bijzonder de consument, in het elektronisch zakendoen wordt verhoogd en voorts voorkomen dat overeenkomsten langs elektronische weg onbedoeld, of met een onbedoelde inhoud, tot stand komen. Ten eerste zijn onder a, c en d informatieplichten opgenomen die zien op het verstrekken van informatie die doorgaans essentieel is op het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten. Deze informatieplichten beogen te voorkomen dat de aspirant-klant onbewust of onbedoeld een overeenkomst sluit of, omgekeerd, meent een overeenkomst te hebben gesloten terwijl daarvoor nog meer handelingen zijn vereist, of wel een overeenkomst wil sluiten en ook sluit, maar met een andere inhoud dan bedoeld. De informatieplichten onder b en e hebben te maken met de archieffunctie en zijn van belang om de transparantie voor de wederpartij zo groot mogelijk te maken. Wordt de overeenkomst gesloten tussen de ISP en een consument, dan is er sprake van dwingend recht.1
Voordat een overeenkomst langs elektronische weg tot stand komt, verstrekt een ISP de aspirant-klant ten minste op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze informatie over (art. 6:227b lid 1 BW):
a. de wijze waarop de overeenkomst tot stand zal komen en in het bijzonder welke handelingen daarvoor nodig zijn;
Een aspirant-klant van de ISP dient ervan op de hoogte te zijn hoe de overeenkomst tot stand zal komen en welke handelingen hij daartoe zal moeten verrichten. De ISP dient daartoe in ieder geval op zijn website duidelijk te maken op welk moment de overeenkomst wordt gesloten. Bijvoorbeeld door boven de 'ok-knop' te vermelden dat het aanklikken van deze knop als een aanvaarding van een aanbod is te beschouwen en dat de overeenkomst daarmee gesloten is.
b. het al dan niet archiveren van de overeenkomst nadat deze tot stand zal zijn gekomen, alsmede, indien de overeenkomst wordt gearchiveerd, op welke wijze deze voor de klant van de ISP te raadplegen zal zijn;
Deze informatieplicht is van belang omdat bij het sluiten van overeenkomsten langs elektronische weg door de klant niet altijd direct een uitdraai zal worden gemaakt van de door hem aangegane overeenkomst. Dit in tegenstelling tot het sluiten van overeenkomsten offline waar de wederpartij in het algemeen een aankoopnota ontvangt. De ISP heeft de vrijheid al dan niet te archiveren. Wanneer hij archiveert is niet duidelijk of dit een verplichting inhoudt om (elektronisch) toegang te verlenen tot zijn archief.2 Wanneer de archivering bijvoorbeeld alleen voor eigen bewijsdoeleinden plaatsvindt, lijkt mij deze verplichting niet aanwezig.
c. de wijze waarop de aspirant-klant van de ISP van door hem niet gewilde handelingen op de hoogte kan geraken, alsmede de wijze waarop hij deze kan herstellen voordat de overeenkomst tot stand komt;
Voor een aspirant-klant zal het duidelijk moeten zijn hoe hij eventuele invoerfouten kan opsporen en hoe deze kunnen worden gecorrigeerd. Op de ISP rust daarom een verplichting om, voordat de definitieve 'ok-knop' wordt aangeklikt, een tussenformulier te presenteren, waarop wordt samengevat en zichtbaar gemaakt welke diensten zijn geselecteerd tezamen met de ingevulde persoonsgegevens van de aspirant-klant, en informatie te verschaffen over de wijze waarop eventuele invoerfouten kunnen worden hersteld. Bijvoorbeeld door de aspirant-klant de mogelijkheid te bieden terug te gaan naar de pagina's waarop de gegevens zijn ingevuld.3
d. de talen waarin de overeenkomst kan worden gesloten;
Een aspirant-klant van de ISP dient ervan op de hoogte te zijn in welke talen hij de overeenkomst tot stand kan brengen. Een Nederlandse ISP richt zich op de Nederlandse markt. Als een website eentalig is, lijkt het voor de hand te liggen dat niet expliciet erop moet worden gewezen dat ook de overeenkomst in die taal tot stand zal komen.4
e. de gedragscodes waaraan de ISP zich heeft onderworpen en de wijze waarop deze gedragscodes voor de aspirant-klant langs elektronische weg te raadplegen zijn.
Bij gedragscodes gaat het om het regelen van gedrag. Op de vraag wat gedragscodes precies zijn geeft de MvT geen duidelijk antwoord.5 De Richtlijn inzake elektronische handel heeft aan lidstaten de opdracht gegeven het opstellen van gedragscodes voor dienstverleners aan te moedigen. Daaraan wordt echter toegevoegd dat dit niet een belemmering mag vormen voor het vrijwillige karakter van dergelijke codes en de mogelijkheid voor de betrokken partijen om zelf te beslissen of zij die codes onderschrijven; volledige zelfregulering derhalve. Gesteld kan worden dat er bij gedragscodes sprake is van een ander niveau van algemene voorwaarden, een niveau dat uitstijgt boven dat van de individuele ISP. De Netiquette zit bijvoorbeeld op wereldwijd niveau6 en de gedragsregels van de NIJP op landelijk branche niveau. Indien een ISP zich aan gedragscodes heeft onderworpen, dient hij dit, en de vindplaats van de gedragscodes, te melden aan de aspirant-klant. Leden van de NIJP hadden zich onderworpen aan de NLIP-gedragscode en moesten dit melden, uit het praktijkonderzoek is gebleken dat niet alle ISP's dat ook deden.7 Wat toegankelijk maken betreft kan met een duidelijke hyperlink op de website naar de onderworpen gedragscodes worden volstaan. Gedragscodes zullen veelal onderdeel uitmaken van algemene voorwaarden door middel van een verwijzing daarin. Het is de vraag of daarmee wordt voldaan aan de wettelijke eisen ten aanzien van het presenteren van de gegevens. Of een enkele verwijzing in de algemene voorwaarden voldoende is voor de gelding van de gedragscode(s), hangt mijns inziens af van de inhoud van de gedragscodes.8
In art. 6:227b lid 2 BW is nog een informatieplicht opgenomen.9 Deze verplichting is dwingend voorgeschreven voor overeenkomsten tussen een ISP en een consument:
'De ISP stelt voor of bij het sluiten van de overeenkomst de voorwaarden daarvan, niet zijnde algemene voorwaarden als bedoeld in art. 6:231 BW, op zodanige wijze aan de klant ter beschikking, dat deze door de klant kunnen worden opgeslagen zodat deze voor hem toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming.'
Het betreft hier de kernbedingen van de overeenkomst.10 Immers, alle andere online voorwaarden zijn per definitie algemene voorwaarden. De ISP zou de kernbedingen bijvoorbeeld in een PDF-bestand downloadbaar kunnen maken om aan zijn verplichting te voldoen.11