Het EVRM en het materiële omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/4.3.2.5:4.3.2.5 Conclusie
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/4.3.2.5
4.3.2.5 Conclusie
Documentgegevens:
D.G.J. Sanderink, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
D.G.J. Sanderink
- JCDI
JCDI:ADS443804:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Omgevingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de rechtspraak van het ehrm blijkt dat de overheid in bepaalde situaties de positieve verplichting heeft om ter beëindiging van bestaande aantastingen van de door artikel 2evrm, artikel 8evrm en/of artikel 1ep beschermde belangen concrete handelingen te verrichten. Onder artikel 2 evrm gaat het om het verlenen van noodhulp door hulpdiensten, indien iemand levensbedreigend gewond of ziek is geraakt in een al dan niet omgevingsgerelateerde situatie. Onder artikel 8 evrm geldt dat een positieve verplichting om concrete handelingen ter beëindiging van een bestaande aantasting te verrichten kan bestaan bij elke vorm van hinder en vervuiling en ongeacht de bron ervan, mits die hinder en vervuiling een voldoende ernstige nadelige invloed op de woning, het familieleven en/of privéleven van een burger hebben. Ten aanzien van artikel 1 ep kan (hoewel de rechtspraak schaars is) mijns inziens ook geconcludeerd worden dat de overheid in bepaalde situaties de positieve verplichting heeft om concrete handelingen te verrichten ter beëindiging van bestaande aantastingen van de door artikel 1 ep beschermde belangen.