Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.9.6:9.5.9.6 Deelconclusie
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.9.6
9.5.9.6 Deelconclusie
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582376:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Smeets 2007, p. 62.
GvEA EG 6 juli 2006, gevoegde zaken T-391/03 en T-70/04 (Yves Franchet & Daniel Byk), Jur. 2006, p. II-2023. Zie Smeets 2007, p. 62.
Zie GvEA EG 14 december 2006, zaak T-237/02 (Technische Glaswerke Ilmenau), Jur. 2006, p. II-5131
Smeets 2007, p. 63
Smeets 2007, p. 63.
Vgl. met betrekking tot Plea Bargaining in het strafrecht Hildebrandt, Van Kampen & Nijboer 1994.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Concluderend kan worden gesteld dat de gelaedeerde die zijn vordering tot verkrijging van schadevergoeding wil onderbouwen met documenten van de mededingingsautoriteiten in beginsel toegang heeft tot de desbetreffende dossiers. Wel moet, zoals Smeets ook signaleert, hierbij de kanttekening worden geplaatst dat 'gedurende de administratieve fase en tot aan een eventuele boetebeschikking de uitzonderingsgrond 'bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits' van de Eurowob op de meeste belastende dossierstukken van toepassing zal zijn.'1 Smeets wijst hierbij op het arrest van het GvEA EG in de zaak Yves Franches & Daniel Byk/Commissie.2In deze zaak concludeerde het GvEA EG dat rapporten van de interne fraudedienst niet toegankelijk waren gedurende de periode waarin geen besluit was genomen over de uitkomst die zou worden verbonden aan de rapporten. Op het moment dat de Commissie een boete heeft opgelegd, verstrijkt de uitzonderingsgrond 'belang van het onderzoek'.3
Smeets is van mening dat van de hoge boetes die de Commissie oplegt
'een aanzuigende werking uitgaat doordat benadeelde derden de hoge transactiekosten die met civielrechtelijke handhaving gepaard gaan zullen afzetten tegen de enorme boetes die worden opgelegd en - nog daargelaten of dit gerechtvaardigd is - de verwachting die daar van uitgaat over de hoogte van eventuele schadevergoedingen.'4
Dit laatste argument lijkt mij van niet van á te groot belang te zijn, nu de hoogte van de publiekrechtelijk boete geen direct effect heeft op de hoogte van de civielrechtelijke schadevergoeding. Wel interessant is de door Smeets genoemde ontwikkeling waarbij steeds meer aandacht ontstaat voor het zogenaamde 'plea bargaining'.5Dit zijn schikkingen tussen de bij de mededingingsovertreding betrokken ondernemingen en de Commissie waarmee een bestuursrechtelijke procedure wordt voorkomen.6 Als gevolg van deze schikkingen kan de werkdruk bij de publiekrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht binnen de perken worden gehouden. Door middel van 'plea bargaining' zouden ook eventuele problemen betreffende de toegang tot dossiers en meer in het algemeen problemen betreffende de omgang met bewijsmateriaal kunnen worden opgenomen in de onderhandelingen met de Commissie. Tevens zou gedacht kunnen worden aan het feit dat snel tot overeenstemming met de Commissie kan worden gekomen indien de ondernemingen die het mededingingsrecht hebben overtreden zich op het gebied van privaatrechtelijke schikkingen met bijbehorende schadevergoeding welwillend opstellen jegens de gelaedeerden. In artikel 9 Verordening 1/2003 is een grondslag gegeven voor 'plea bargaining'. In artikel 9 Verordening 1/2003 is bepaald dat de Commissie toezeggingen van ondernemingen bij beschikking een verbindend karakter kan verlenen. De beschikking kan voor een bepaalde periode worden gegeven en bevat de condusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Commissie bestaan.
De Nma heeft in mededingingszaken een zelfde soort verplichting als de Commissie om verzoeken van elke derde om toegang tot het dossier in behandeling te nemen en tot openbaarmaking over te gaan als geen uitzonderingsgronden van toepassing zijn. Bij informatie die verkregen is op grond van een clementieregeling zou de situatie nog anders kunnen liggen. In het Witboek betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels stelt de Commissie voor dat bij civielrechtelijke schadevergoedingsacties afdoende bescherming tegen openbaarmaking moet kunnen worden geboden voor ondernemingsverklaringen van een clementieverzoeker.