Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/3.4.2.2
3.4.2.2 Hof van Justitie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291594:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 13 december 2007, zaak C-408/06, V-N 2008/3.21, r.o. 18 (Götz).
Anders: conclusie A-G Ettema 8 maart 2017, nr. 13/02651, V-N 2017/22.16, punt 5.19.
Uit HvJ EG 26 juni 2007, zaak C-284/04, V-N 2007/32.21, r.o. 42-44 (T-Mobile Austria e.a.) en HvJ EG 26 juni 2007, zaak C-369/04, V-N 2007/32.22, r.o. 36-38 (Hutchison 3G UK e.a) volgt dat het deelname-aan-een-markt-criterium geldt voor de exploitatie van een zaak om er duurzaam opbrengst te verkrijgen, terwijl uit HvJ EG 6 oktober 2009, zaak C-267/08, V-N 2009/52.24, r.o. 24 en 25 (SPÖ Landesorganisation Kärnten) volgt dat het deelname-aan-een-markt-criterium geldt voor alle economische activiteiten (lees: zowel voor de activiteiten van een producent, handelaar of dienstverrichter als voor de exploitatie van een zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen).
Uit de richtlijnhistorie (zie paragraaf 3.4.2.1) is af te leiden dat de exploitatie van een zaak een vreemde eend is in de bijt van de economische activiteiten. In het Götz-arrest heeft het Hof van Justitie niettemin geoordeeld dat de criteria voor de exploitatie van een zaak, de duurzaamheid van de activiteit en de daaruit verkregen opbrengsten, gelden voor alle economische activiteiten (lees: ook voor de activiteiten van een producent, handelaar of dienstverrichter).1 Omdat het Hof van Justitie spreekt over criteria (meervoud) acht ik het niet zuiver om te spreken van het ‘duurzame-opbrengstcriterium’ (enkelvoud).2 Uit de verwijzing in het Götz-arrest naar het Commissie/Nederland-arrest blijkt dat het gaat om twee onderscheiden criteria. In de eerste plaats moet de activiteit (lees: de exploitatie van een zaak) duurzaam zijn en in de tweede plaats moet voor deze activiteit een vergoeding worden betaald aan degene die deze activiteit verricht. Met de exploitatie van een zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen moet ook worden deelgenomen aan een markt.3 In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de vraag wanneer volgens het Hof van Justitie sprake is van de (duurzame) exploitatie van vastgoed (3.4.2.2.1) en wanneer deze exploitatie naar zijn oordeel gericht is op het (duurzaam) verkrijgen van opbrengsten (3.4.2.2.2). Voor het deelname-aan-de-markt-criterium zij verwezen naar paragraaf 3.4.1.2.2.4.
3.4.2.2.1 Exploitatie van vastgoed3.4.2.2.2 Om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen