Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.5.1:II.5.5.1 Inleidend
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.5.1
II.5.5.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625089:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over executele uitgebreid: Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004, nr. 431 e.v.; B. Schols 2007a; Klaassen/Luijten & Meijer 2008 (II), nr. 342; B. Schols, Handboek Erfrecht 2011, p. 527 e.v.; Asser/ Perrick 2013 (4), nr. 672 e.v.
Vgl. paragraaf 4.3 (verbintenisrechtelijk) met 4.4 (goederenrechtelijk), en paragraaf 5.2 (goederen-rechtelijk) met 5.3 (verbintenisrechtelijk).
B. Schols 2007a.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 4:142 lid 1 BW is geregeld dat een erflater bij uiterste wilsbeschikking een executeur kan benoemen. Met betrekking tot deze executeursbenoeming is in afdeling 4.5.6 BW een aantal bepalingen opgenomen, met name omtrent de taken en bevoegdheden van de executeur.1 Aan de hand van deze taken en bevoegdheden die, al dan niet op grond van de wet, aan een executeur worden toebedeeld, kan een onderscheid worden gemaakt tussen te onderscheiden soorten ‘executeurs’. Namelijk: de executeur zonder beheer, de executeur met beheer en de zogenoemde ‘executeurafwikkelingsbewindvoerder’. Laatstgenoemde is formeel geen executeur, maar afwikkelingsbewindvoerder. Ik duid deze te onderscheiden soorten ‘executeurs’ hierna in paragraaf 5.5.2 beknopt nader aan.
De executeursbenoeming wordt, evenals de hiervoor besproken erfstelling, het legaat en de testamentaire last, aangemerkt als uiterste wilsbeschikking (art. 4:42 lid 1 BW jo. 4:142 lid 1 BW). Voor haar geldt (eveneens) het bepaaldheidsvereiste. Welke mate van bepaaldheid er voor de executeursbenoeming is vereist, wordt (zoals in paragraaf 4.5 en 4.6 naar voren kwam) zichtbaar door bestudering van de vereisten die gelden ten aanzien van de inhoud van de executeursbenoeming. Voorzover deze voorschriften zich niet expliciet over het bepaaldheidsvereiste uitlaten, zullen zij evenwel impliciet aanwijzingen bevatten omtrent de (materiële) aard van de executeursbenoeming. Deze aard kan vervolgens weer een indicatie geven voor de vereiste mate van bepaaldheid. Een goederenrechtelijke aard zal bijvoorbeeld leiden tot een strikter bepaaldheidsvereiste dan een verbintenisrechtelijke aard.2
Een eigen analyse naar de materiële aard van executele is overigens niet (meer) nodig. Hiervoor kan namelijk dankbaar te rade worden gegaan bij de in 2007 verschenen dissertatie van B. Schols over de ware aard van de executeur.3 Hierover enkele opmerkingen in paragraaf 5.5.3.
De executeursbenoeming kent als onderwerp de persoon die tot executeur wordt benoemd. In paragraaf 5.5.4 staat deze persoon centraal. Kan iemand anders dan erflater bepalen wie als executeur optreedt? Voorts heb ik in paragraaf 5.5.5 aandacht voor de taken en bevoegdheden van de executeur. Kan een ander bepalen wat de taken en bevoegdheden van de executeur zijn?
Alvorens ik op deze vragen inga, sta ik, vanwege een goed begrip van de figuur ‘executeur’, kort stil bij het hiervoor genoemde onderscheid tussen de executeur zonder beheer, de executeur met beheer en de ‘(executeur-) afwikkelingsbewindvoerder’.