Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.5.3
II.5.5.3 Materiële aard van executele
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624625:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor een nadere verdieping van deze drie beginselen, aan de hand waarvan de ware aard van executele zich ontplooit, verwijs ik naar de zojuist genoemde dissertatie van B. Schols. Op executele als zodanig ga ik in deze paragraaf niet verder in. Zie hiervoor ook de voornaamste erfrechtelijke handboeken: Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004, nr. 431 e.v.; Klaassen/Luijten & Meijer 2008 (II), nr. 342 e.v.; B. Schols, Handboek Erfrecht 2011, hoofdstuk XIV; Asser/Perrick 2013 (4), nr. 672 e.v.
B. Schols 2007a, p. 141; B. Schols, Handboek Erfrecht 2011, p. 530.
Zie ook art. 4:143 lid 2 BW: ‘Handelingsonbekwamen, zij van wie één of meer goederen onder een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 zijn gesteld, en zij die in staat van faillissement verkeren of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, kunnen niet executeur worden (curs. NB).’
B. Schols 2007a, p. 141 en B. Schols, Handboek Erfrecht 2011, p. 530 geeft immers aan dat de ware aard van executele is: quasi-privatieve lastgeving.
B. Schols heeft in zijn dissertatie op verfrissende wijze, door het denken in termen van de ‘erfrechtelijke verbintenis’ in combinatie met externe rechtsvergelijking, de ware aard van executele blootgelegd. Kort gezegd wordt executele gedragen door drie beginselen:
Het verbintenisrechtelijke beginsel van quasi-overeenkomst van opdracht/ lastgeving (intern).
Het goederenrechtelijke beginsel van beschikkingsonbevoegdheid van de erfgenamen; het bewindsaspect.
Het verbintenisrechtelijke beginsel van onmiddellijke vertegenwoordiging van erflater (extern).1
Ofwel de materiële aard van executele is tweeledig en kent enerzijds verbintenisrechtelijke en anderzijds goederenrechtelijke aspecten. De aard van executele kan ook wel worden omschreven als quasi-privatieve lastgeving.2 De executeursbenoeming als zodanig kent een verbintenisrechtelijk aspect. Aan de taken van de executeur, met name aan het beheren van de goederen van de nalatenschap en het voldoen van de schulden, kunnen evenwel goederenrechtelijke aspecten kleven. Op dit takenpakket en het daarbij behorende bepaaldheidsvereiste kom ik in paragraaf 5.5.5 terug.
Voor wat de benoeming van de persoon betreft die als executeur kan optreden, komt het zuiver verbintenisrechtelijke karakter ook duidelijk naar voren in art. 4:143 lid 1 BW:
‘Men wordt executeur door aanvaarding van zijn benoeming na het overlijden van de erflater. De kantonrechter kan op verzoek van een belanghebbende een termijn stellen, na afloop waarvan de benoeming niet meer kan worden aanvaard (curs. NB).’3
Men wordt executeur, ofwel er is sprake van een verbintenis, door de benoeming na het overlijden van erflater te aanvaarden (vgl. art. 6:217 BW en in het bijzonder art. 7:400 BW jo. 7:414 BW).
Het verbintenisrechtelijke karakter van de executeursbenoeming zou erop kunnen duiden dat bepaalbaarheid, met ruimte voor subjectieve elementen van iemand anders dan erflater, voldoet. Het bepaaldheidsvereiste dat geldt voor executele zou immers niet anders moeten zijn dan het bepaaldheidsvereiste dat geldt voor (privatieve) lastgeving.4 En omdat lastgeving een verbintenisscheppende overeenkomst is, zou dan ook bepaalbaarheid als bedoeld in art. 6:227 BW mijns inziens moeten voldoen. Voor dit bepaaldheidsvereiste verwijs ik kortheidshalve naar hetgeen ik hierover heb opgemerkt in paragraaf 4.3.4 e.v. met betrekking tot het object en de subjecten van een verbintenis. Het bepaaldheidsvereiste van art. 6:227 BW is evenwel niet van toepassing indien Boek 4 BW uitdrukkelijk anders bepaalt. Wat bepaalt afdeling 4.5.6 BW met betrekking tot het benoemen van de executeur? Dient erflater de executeur zelf te benoemen, of kan hij dit aan een ander overlaten? Op deze vraag ga ik in de volgende paragraaf nader in.