Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.2.3.1
5.2.3.1 Levering nieuwe gebouwen
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291380:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Werkdocumenten van de Groep financiële vraagstukken van 1 augustus 1974, nr. T/395/74 (FIN), p. 2-3 en 1 oktober 1974, nr. T/481/74 (FIN), p. 4-5.
Werkdocumenten van de Groep financiële vraagstukken van 1 augustus 1974, nr. T/395/74 (FIN), p. 2 en 1 oktober 1974, nr. T/481/74 (FIN), p. 4.
Werkdocumenten van de Groep financiële vraagstukken van 1 augustus 1974, nr. T/395/74 (FIN), p. 2 en 1 oktober 1974, nr. T/481/74 (FIN), p. 4.
Samenvattende nota over de stand van de werkzaamheden van het Comité van Permanente Vertegenwoordigers van 4 mei 1976, nr. T/378/76 (FIN), p. 8.
Duitsland en Luxemburg hebben zich van meet af aan verzet tegen de voorgestelde btw-heffing over de levering van nieuwe gebouwen. Btw-heffing over de levering van (nieuwe) gebouwen zou volgens deze lidstaten aanzienlijke politieke, fiscale, sociale en bestuursrechtelijke problemen doen rijzen, zoals de noodzaak om bepaalde belastingen ten bate van de deelstaten en de gemeenten respectievelijk van de lokale bestuurseenheden te vervangen door de btw en de opheffing van de fiscale voordelen voor de sociale woningbouw.1 Ook Denemarken en het Verenigd Koninkrijk waren van mening dat de levering van nieuwe gebouwen niet belast zou moeten worden.2 België, Frankrijk, Italië, Ierland en Nederland waren daarentegen voorstanders van btw-heffing over de levering van nieuwe gebouwen.3 De Raad heeft tijdens de raadzitting op 24 november 1975 beslist dat de lidstaten de vrijheid krijgen om de levering van nieuwe gebouwen uit te sluiten van btw-heffing onder de voorwaarde dat ‘deze kwestie op gezette tijden opnieuw wordt bezien’.4 Dit besluit ligt ten grondslag aan (thans) art. 371 jo. bijlage X, deel B, punt 9 Btw-richtlijn op grond waarvan lidstaten de levering van nieuwe gebouwen in afwijking van art. 135 lid 1, onderdeel j Btw-richtlijn mogen blijven vrijstellen.