Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.2.3.3:5.2.3.3 Onderscheid nieuwe en oude gebouwen
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.2.3.3
5.2.3.3 Onderscheid nieuwe en oude gebouwen
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291208:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met betrekking tot het onderscheid tussen nieuwe en oude gebouwen waren de lidstaten van mening dat het niet noodzakelijk was om de definitie van de levering van een nieuw gebouw te beperken tot de levering vóór eerste ingebruikneming. De lidstaten wensten deze definitie uit te kunnen breiden door het stellen van een tijd van hetzij 4 of 5 jaar na de voltooiing van het gebouw, hetzij twee jaar na de eerste ingebruikneming ervan.1 De eerste optie is op Franse leest geschoeid, terwijl de tweede optie ruimte laat voor het onderscheid tussen nieuwe en oude gebouwen dat België hanteerde (zie paragraaf 5.2.1). Deze wens van de lidstaten heeft erin geresulteerd dat in (thans) art. 12 lid 2, derde alinea Btw-richtlijn is opgenomen dat lidstaten ook andere criteria dan dat van eerste ingebruikneming kunnen toepassen, zoals het tijdvak dat verloopt tussen de datum van voltooiing van het gebouw en die van eerste levering of het tijdvak tussen de datum van eerste ingebruikneming en die van uiteindelijke levering, mits deze tijdvakken niet langer duren dan onderscheidenlijk vijf en twee jaar. Met betrekking tot vernieuwde gebouwen zijn de lidstaten overeengekomen ‘dat de lidstaten zelf de criteria dienden te preciseren waaraan moet worden voldaan wil zulk een gebouw weer als een nieuw gebouw kunnen worden beschouwd’.2 In (thans) art. 12 lid 2, tweede alinea Btw-richtlijn is in overeenstemming hiermee opgenomen dat ‘de lidstaten de voorwaarden voor de toepassing van het criterium voor nieuwe gebouwen op de verbouwing bepalen’.