Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.3.3
10.4.3.3 Het registerpandrecht
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS418339:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Struycken 2009, p. 165.
§ 9-210 UCC.
§ 9-210 UCC.
Zie: §10.4.3.1.
Vgl. Reehuis 1987, nr. 227. Nieskens-Isphording 2002, p. 15. Van Hoof 2011, p. 639
R 21 oktober 2011, NJ 2011/494 . Schuijling (JOR 2011/383) schrijft dat indien de autopapieren ontbreken, onvolledig zijn of onregelmatigheden vertonen, de verkrijger niet zonder meer mag vertrouwen op de beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder. Zo ook A.F. Salomons, ‘Beschikkingsonbevoegdheid bij de verkoop van een tweedehands auto: derdenbescherming nu geheel uitgesloten?’, WPNR 2011/6907, p. 940.
Zie: §4.5.2.1, §4.6.1 en §4.6.2.
Zie: §10.4.3.1.
Het UCC en DCFR beschermen zowel verkrijgers van roerende zaken als van vorderingen die hebben gekocht in de normale bedrijfsuitoefening.1 Deze uitzondering vindt haar rechtvaardiging in het gegeven dat zij in beginsel niet leidt tot afbreuk van het zekerheidsrecht van de zekerheidsgerechtigde. §9-315 UCC bepaalt dat de vordering tot betaling van de koopprijs ook onder het registerpandrecht valt. Dat betekent in theorie dat de waarde van het onderpand voor de zekerheidsgerechtigde in beginsel niet afneemt door de vervreemding, maar mogelijk zelfs toeneemt.
Het UCC en DCFR stellen de bescherming van de zekerheidsgerechtigde voorop indien de schuldenaar goederen vervreemdt buiten de normale bedrijfsuitoefening. Beoogde verkrijgers die goederen willen kopen van een schuldenaar buiten de normale bedrijfsuitoefening worden onder het UCC geacht inlichtingen in te winnen bij hun beoogde wederpartij over de ingeschreven zekerheidsrechten.2 De beoogde vervreemder kan vervolgens van zijn zekerheidsgerechtigde eisen dat deze verklaart over het beloop van de verzekerde vorderingen en de specifieke goederen van het onderpand.3 De zekerheidsgerechtigde is wettelijk verplicht om aan dit verzoek te voldoen.4 In het DCFR kunnen verschillende belanghebbenden zoals de beoogde verkrijger met toestemming van de schuldenaar zelf van zekerheidsgerechtigden eisen dat zij verklaren over het bestaan van hun zekerheidsrecht ten aanzien van specifieke goederen van de schuldenaar.5
De beoogde verkrijger die niet in de normale bedrijfsuitoefening van zijn wederpartij koopt, zal mogelijk te horen krijgen van de zekerheidsgerechtigde dat deze afstand doet van zijn registerpandrecht ten aanzien van een bepaald goed mits hij (eventueel direct) de koopprijs ontvangt. Indien de zekerheidsgerechtigde niet meewerkt en afstand weigert, zal de beoogde verkrijger af kunnen zien van de koop. Deze gang van zaken geeft de zekerheidsgerechtigde de controle over de goederen die nietcourant zijn. Hij kan afwachten totdat de beoogde verkrijgers contact met hem opnemen.
Het huidige recht biedt in afwijking van het UCC en DCFR relatief snel bescherming aan een verkrijger, ook als zijn wederpartij buiten de normale bedrijfsuitoefening heeft vervreemd.6 Iedere verkrijger krijgt namelijk onbezwaarde eigendom, indien hij weliswaar kan vermoeden dat een stil pandrecht bestaat, maar er onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van uit mag gaan dat de zekerheidsgerechtigde het stille pandrecht niet zal uitoefenen. Een verkrijger die weet of behoort te weten dat zijn wederpartij zaken vervreemdt buiten diens normale bedrijfsuitoefening, zal mogelijk aan hem moeten vragen of diens bank bezwaren heeft tegen de vervreemding, omdat de kans groot is dat de bank een zekerheidsrecht op de betreffende zaken heeft. Hij is aangewezen op het woord van zijn wederpartij. Desalniettemin is denkbaar dat hij er redelijkerwijs van uit mag gaan dat de zekerheidsgerechtigde het stille pandrecht niet zal uitoefenen. Dit komt doordat de bank mogelijk niet alleen alle roerende zaken aan zich heeft laten verpanden, maar ook alle vorderingen. Als de verkrijger van een stil verpande zaak de koopprijs op de rekening-courant bij de huisbank betaalt, zal de bank deze vordering verrekenen met de vorderingen die hij op de schuldenaar heeft. Daardoor mag de beoogd verkrijger er ook in dit geval van uit gaan dat de zekerheidsgerechtigde het stille pandrecht op de roerende zaak niet zal uitoefenen. Die indruk wordt versterkt doordat de schuldeiser met het stille pandrecht de schijn wekt dat hij zijn stille pandrecht niet zal uitoefenen door de zaken niet in vuistpand te nemen.7 Een verkrijger mag er met andere woorden van uitgaan dat schuldeisers met stille pandrechten de betalingsmoeilijkheden van de vervreemder ook kennen en onbezwaarde vervreemding toestaan, zolang zij hun stille pandrecht niet omzetten in een vuistpandrecht. Hetzelfde geldt voor een schuldeiser die een stil pandrecht heeft op een auto, maar het overschrijvingsbewijs in handen van de schuldenaar laat. Het gevolg hiervan is dat een verkrijger ervan uit mag gaan dat de zekerheidsgerechtigde het stille pandrecht niet zal uitoefenen. De verkrijger is echter niet snel te goeder trouw, als de schuldeiser het overschrijvingsbewijs onder zich krijgt en houdt.8
In de Nederlandse rechtstraditie heeft de bescherming van latere verkrijgers (en latere zekerheidsgerechtigden) altijd een belangrijke rol gespeeld.9Artikel 3:86 lid 2 BW beschermt een derde-verkrijger van een roerende zaak snel tegen het zaaksgevolg van een stil pandrecht, ook als hij buiten de normale bedrijfsuitoefening verkrijgt.10 De bescherming van de verkrijger is in beginsel verenigbaar met de bescherming van de zekerheidsgerechtigde, omdat een ander object in de plaats komt voor de vervreemde zaak. Deze bescherming is vergelijkbaar met de bescherming van een verkrijger tegen het stille pandrecht in het Rooms-Hollandse recht. Indien de wetgever van mening is dat een verkrijger buiten de normale bedrijfsuitoefening minder snel bescherming verdient, kan hij kiezen voor de invoering van een registerpandrecht. Dit dwingt de verkrijger om het register in te zien en contact op te nemen met de zekerheidsgerechtigde