Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/9.2.4
9.2.4 Verplichting tot dooronderhandelen: een inspanningsverbintenis
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS305464:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. ook art. 3:301 lid 4 van de Draft Common Frame of Reference: 'It is control), to good faith and fair dealing in particular, for a person to enter into or continue negotiations with no real intention of reaching an agreement with the other party.'.
Vgl. Blei Weissmann I, aant. 88. Vgl. ook Schoordijk 1984, p. 112-113.
Vgl. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 29 oktober 1991 en HR 26 februari 1993, NJ 1993, 289 (Antillean Family Foods/Mc Donalds).
Kortmann 1996, p. 163-164.
Anders: A-G Franz in zijn conclusie voor BR 15 mei 1981, NJ 1982, 85 (Stuyvers' Beheer/Eugster). Vgl. ook Schut 1986, p 86. Zie ook Blei Weissmann, I, aant. 98 en de daar behandelde jurisprudentie.
Zie ook Blei Weissmann I, aant. 89.
Zie ook Blei Weissmann I, aant. 90.
In elk geval geldt dat van een partij die is veroordeeld om de onderhandelingen voort te zetten, een reële, open en redelijke opstelling mag worden verwacht ten aanzien van de nog overgebleven punten.1 Voorstellen die gedaan worden om meningsverschillen te overbruggen, dienen reëel en redelijk te zijn. Er mag geen sprake zijn van schijnaanbiedingen en de voorstellen mogen niet op onredelijke gronden worden afgewezen.2 Frustreert de partij die bevolen is om door te onderhandelen de onderhandelingen door een hele starre houding aan te nemen, dan zal de feitenrechter moeten onderzoeken in hoeverre de door die partij ingenomen standpunten in de onderhandelingen redelijk zijn.3
Een interessante situatie doet zich daarbij voor indien de rechter tot de conclusie komt dat de afwijzing, door de partij die bevolen was om door te onderhandelen, van een door zijn onderhandelingspartner gedaan compromisvoorstel, niet redelijk was. Vooropgesteld dat moet worden geconcludeerd dat bij aanvaarding van dit compromisvoorstel een (romp)overeenkomst tot stand zou zijn gekomen, rijst nu de vraag of de rechter de partij die het onredelijke standpunt heeft ingenomen, tot nakoming van een alsdan aan te nemen (romp)overeenkomst kan veroordelen en in dat verband tot reële executie kan worden overgegaan, of dat zich het innemen van een onredelijk standpunt slechts kan vertalen in schadevergoeding.
Met Kortmann4 ben ik van mening dat de rechter de (ten onrechte) afbrekende partij onder omstandigheden kan veroordelen tot het sluiten van de overeenkomst waarover werd onderhandeld. Kortmann geeft het voorbeeld van een makelaar die, optredende namens een gemeente met betrekking tot aan de gemeente toebehorende grond een "accord de principe" heeft bereikt met de potentiële koper, een "accord de principe", dat vervolgens is goedgekeurd door de (meerderheid van de) gemeenteraad. Uiteindelijk ziet de gemeente toch af van verkoop, omdat het rendement op de koopsom aanzienlijk lager zal zijn dan aanvankelijk verwacht. Hier is er reden, volgens Kortmann, om de gemeente te veroordelen tot het sluiten van een koopovereenkomst, op de condities van het door de gemeente goedgekeurde "accord de principe". Kortmann acht het ook mogelijk dat, indien de gemeente weigert aan het sluiten van de koopovereenkomst mee te werken, in het kader van reële executie de rechter een vertegenwoordiger aanwijst, die namens de gemeente de koopovereenkomst sluit. Als laatste noemt Kortmann nog de mogelijkheid dat de koper schadevergoeding in natura vordert (art. 6:103 BW), namelijk levering van de grond. In het kader van reële executie (art. 3:300 BW) zou de "koper" aan de rechter kunnen vragen het veroordelend vonnis de plaats te laten innemen van de verklaring die de gemeente zou dienen af te leggen in de transportakte. Aldus zou bewerkstelligd kunnen worden, dat de "koper" eigenaar wordt van de grond, ook al is er nooit, via de weg van wilsovereenstemming, een koopovereenkomst tot stand gekomen.5
Een vordering tot nakoming acht ik in het door mij gegeven voorbeeld uitgesloten, omdat wilsovereenstemming tussen partij nog niet kan worden aangenomen en daarmee een overeenkomst (waarop een nakomingsvordering kan worden gebaseerd) alleen via het middel van reële executie kan worden geconstrueerd.
Aangenomen moet worden dat, indien een verplichting bestaat om door te onderhandelen, op punten waarover al consensus is bereikt, in beginsel niet meer kan worden teruggekomen.6 Voorts brengt de verplichting om naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid met elkaar door te onderhandelen in beginsel ook de verplichting mee om de wederpartij, aan wie een voorstel is gedaan, de gelegenheid te geven om zich gedurende een redelijke termijn daaromtrent te beraden en eventueel een tegenvoorstel uit te werken.7