Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/9.2.3
9.2.3 Bepaalbaarheid vordering tot dooronderhandelen
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS305459:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Blei Weissmann I, aant. 86.3 e.v.
Vznr. Rb. Amsterdam 17 oktober en 28 november 1996, KG 1997, 69.
Vgl. ook HR 1 maart 1983, NJ 1983, 585 (Huurdersvereniging Koot), waarin het ging om een vordering tot veroordeling om in overleg te treden omtrent vaststelling van huren op basis van gemaakte afspraken. De omstandigheid dat partijen nog verdeeld waren over de concrete resultaten, waartoe de in de overeenkomst vervatte afspraken moesten leiden, sloot, aldus de Hoge Raad, niet uit dat partijen tegenover elkaar verplicht waren om met inachtneming van de eisen van de goede trouw ertoe mede te werken dat deze afspraken in overeenstemming met wat reeds was overeengekomen, tot volkomenheid zouden worden gebracht. Vgl. voorts onder meer Vznr. Rb. 's-Gravenhage 4 mei 2000, KG 2000, 153, Vznr. Rb. Almelo 14 december 2000, KGK 1558 en Vznr. Rb. Zwolle 22 maart 1996, KG 1996, 168.
Zie verder het rechtspraakoverzicht in Blei-Weissman I, aant. 86.4.
Wil een vordering tot dooronderhandelen slagen, dan dient zij in elk geval zodanig gesubstantieerd te worden, dat een veroordeling met voldoende bepaalbaarheid kan worden uitgesproken.1 In de praktijk zal het echter lang niet altijd mogelijk zijn om alle nog openstaande punten waarover partijen het nog eens zouden moeten worden alvorens een (romp)overeenkomst kan worden aangenomen, in de vordering te noemen, laat staan in de veroordeling op te nemen. Vgl. in dit verband onder meer de uitspraken van de Vznr. Rb. Amsterdam 17 oktober en 28 november 19962 waarin de voorzieningenrechter één van gedaagden veroordeelde om binnen een week na de betekening van het vonnis
"met Zilveren Kruis open en reëel verder te onderhandelen over de totstandkoming van een overeenkomst voor farmaceutische hulp".3
Komt het, nadat gevolg is gegeven aan het gebod tot dooronderhandelen, alsnog tot een breuk tussen partijen, dan zal naar de omstandigheden op dat moment (het moment van het alsnog afbreken van de onderhandelingen) gekeken moeten worden om te beoordelen of het afbreken van de onderhandelingen de afbrekende partij vrij stond, ook al is het punt waarop de onderhandelingen uiteindelijk stuklopen, niet in de vordering tot dooronderhandelen opgenomen.4