Einde inhoudsopgave
RvdW 2017/830
Art. 36e op grond van art. 74 AWR niet van toepassing op feitelijke leidinggever.
HR 04-07-2017, ECLI:NL:HR:2017:1229
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
4 juli 2017
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma, V. van den Brink
- Zaaknummer
16/00199
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:1229, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 04‑07‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:591, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑05‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑09‑2016
- Wetingang
Essentie
Art. 36e op grond van art. 74 AWR niet van toepassing op feitelijke leidinggever.
Ingevolge art. 74 AWR kan geen ontnemingsmaatregel worden opgelegd aan een natuurlijke persoon die aan door een rechtspersoon gepleegde, bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten feitelijke leiding heeft gegeven en uit die feiten, al of niet naast de rechtspersoon, wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 november 2014, nummer 21/005506-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: V., ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.