Einde inhoudsopgave
RvdW 2017/855
EEX-Verordening II. Rechterlijke bevoegdheid. Regresvordering tussen hoofdelijke mede schuldenaren van een krediet overeenkomst. Art. 7 punt 1; begrippen ‘verbintenis uit overeenkomst’ en ‘overeenkomst tot levering van diensten’; bepaling van de plaats van uitvoering van de kredietovereenkomst.
HvJ EU 15-06-2017, ECLI:EU:C:2017:472 (Saale Kareda/Stefan Benkö)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
15 juni 2017
- Magistraten
L. Bay Larsen, M. Vilaras, J. Malenovský, M. Safjan, D. Šváby
- Zaaknummer
C-249/16
- Conclusie
A-G Y. Bot
- Roepnaam
Saale Kareda/Stefan Benkö
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2017:472, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 15‑06‑2017
- Wetingang
Art. 7 punt 1 Verordening 1215/2012/EU (EEX-Verordening II)
Essentie
Saale Kareda tegen Stefan Benkö.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Oberste Gerichtshof, Oostenrijk, bij beslissing van 31 maart 2016.
EEX-Verordening II. Rechterlijke bevoegdheid. Regresvordering tussen hoofdelijke mede schuldenaren van een krediet overeenkomst. Art. 7 punt 1; begrippen ‘verbintenis uit overeenkomst’ en ‘overeenkomst tot levering van diensten’; bepaling van de plaats van uitvoering van de kredietovereenkomst.
Art. 7 punt 1 EEX-Verordening II moet aldus worden uitgelegd dat een regresvordering tussen hoofdelijke medeschuldenaren van een kredietovereenkomst onder het in die bepaling bedoelde begrip ‘verbintenissen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.