Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.3.1:II.3.1 Inleiding
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.3.1
II.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460460:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid van natuurlijke personen met een leidinggevende functie is van belang om na te gaan of deze personen kunnen worden aangemerkt als ‘dader’.1 Er bestaan verschillende daderschapsvormen die op een leidinggevende van toepassing kunnen zijn. De eerste daderschapsvorm die ik bespreek in dit hoofdstuk is ‘plegen’. Om als pleger van een strafbaar feit te worden aangemerkt, moet de leidinggevende zelf alle bestanddelen van de delictsomschrijving vervullen. Zoals gezegd zijn er bij natuurlijke personen twee varianten van plegen. De pleger die de delictsgedraging eigenhandig verricht (de ‘fysieke pleger’) en de pleger die een delict pleegt met tussenkomst van een ander (de ‘functionele pleger’).
Voordat ik inga op de kenmerken van en criteria voor het plegen van een milieudelict door leidinggevenden, plaats ik in paragraaf II.3.2 enkele algemene opmerkingen bij de samenstelling van jurisprudentie. Er blijken namelijk opmerkelijk weinig uitspraken te bestaan waarin een leidinggevende wordt aangesproken als pleger van een milieudelict. Aan het einde van dit hoofdstuk kom ik nog terug op deze tendens, en bespreek ik ook enkele bedenkingen bij en mogelijke verklaringen voor deze tendens.2
Dan komt het leerstuk van plegen zelf aan bod. Eerst bespreek ik in paragraaf II.3.3 de elementaire vorm van plegerschap: fysiek plegen. Daarna ga ik in paragraaf II.3.4 in op de grondslag van en criteria voor het functionele plegerschap. Bij de bespreking van de kenmerken en criteria geef ik voorbeelden uit het milieustrafrecht. Daarbij gaat natuurlijk bijzondere aandacht uit naar de positie van leidinggevende natuurlijke personen. Ik heb getracht om een lijn te ontwaren in de relevante jurisprudentie, en waar mogelijk gezichtspunten te formuleren voor het plegerschap van natuurlijke personen in het milieustrafrecht. In paragraaf II.3.5 geef ik een kort overzicht van wat er in deze paragraaf aan bod is gekomen.