Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.6.4:5.6.4 Afsluitende opmerkingen
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.6.4
5.6.4 Afsluitende opmerkingen
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS569911:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nederland is niet het enige land dat het begrip pleitbaar standpunt kent. Het fiscale straf- en boeterecht in de drie zojuist besproken landen, Duitsland, Oostenrijk en de Verenigde Staten, kent eenzelfde of een vergelijkbaar begrip. Deze begrippen en hun invloed op de mogelijkheden om te bestraffen of te beboeten zijn, behalve in het fiscale boeterecht van de Verenigde Staten, in de jurisprudentie ontstaan en ingevuld.
Of een Rechtsauffassung objektiv zweifelhaft is, een Rechtsansicht vertretbar is, een position substantial authority heeft of een reasonable basis in the law en of the law uncertain is, wordt in elk van de drie landen door middel van objectieve criteria bepaald. De juridische duiding van het pleitbaar standpunt verweer verschilt echter. Anders dan in het Nederlandse fiscale boete- en strafrecht wordt het pleitbaar standpunt verweer in Duitsland, Oostenrijk en in het fiscale boeterecht in de Verenigde Staten niet behandeld als een verweer dat is gericht tegen het bewijs van het subjectieve bestanddeel. Uitsluitend het uncertainty of the law verweer in de fiscale strafjurisprudentie in de Verenigde Staten wordt als een dergelijke verweer beschouwd.
Dit verschil hangt samen met het verschil in delictsomschrijvingen. De boete- en strafbepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte zijn in ieder land immers anders. Om die reden kan de behandeling van het pleitbaar standpunt verweer in deze landen ook niet maatgevend zijn voor het in het volgende hoofdstuk te formuleren voorstel voor een eenduidige behandeling in Nederland.
Het verschil in behandeling van het pleitbaar standpunt verweer kan naar mijn mening wel als een aanwijzing worden gezien dat over de juridische duiding van dit verweer verschillend kan worden gedacht. Met name uit de hiervoor genoemde Duitse en Oostenrijkse jurisprudentie en literatuur is op te maken dat over de juridische duiding van het pleitbaar standpunt verweer inderdaad verschillende opvattingen kunnen bestaan.
Daarnaast leidt het pleitbare standpunt in Duitsland, Oostenrijk en de Verenigde Staten niet steeds en automatisch tot straffeloosheid. In Duitsland en Oostenrijk is opzettelijk of grofschuldig handelen en daarmee bestraffing, ondanks het pleitbare standpunt, nog steeds mogelijk als de fiscaal relevante feiten niet juist en volledig aan de belastingdienst zijn meegedeeld. In het fiscale boeterecht van de Verenigde Staten hangt straffeloosheid af van het soort boete en de mate waarin de position pleitbaar is. In de fiscale strafjurisprudentie van de United States courts of appeals is een tweedeling te vinden. Een aantal van deze gerechtshoven gaat ervan uit dat uncertainty of the law zonder meer tot het ontbreken van opzet en daarmee tot straffeloosheid leidt, een kleiner aantal is van mening dat uncertainty of the law opzet niet op voorhand hoeft uit te sluiten en derhalve niet zonder meer tot straffeloosheid leidt.