Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.7.1
2.7.1 Inleiding
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398305:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het EG-verdrag, EGKS-verdrag, Euratom-verdrag, EU-verdrag en sinds 1 december 2009 de verdragen betreffende de werking van de EU en betreffende de EU worden wel aangeduid als het primaire EU-recht.
Opvallend is de discussie die op het moment van schrijven gaande is omtrent de rol die Nederland zou hebben gespeeld bij de Gedragscode. Uit de stukken van de Gedragscode blijkt volgens het Financieel Dagblad dat Nederland soms een eenzame strijd voert om zijn fiscaal aantrekkelijk vestigingsklimaat te behouden en dat geen enkel ander land de kont zo vaak tegen de Europese krib gooit. Zie L. Berentsen, Nederland blijkt binnen EU notoire fiscale dwarsligger, Financieel Dagblad, 14 april 2016.
Vergelijk G.T.K. Meussen, De invloed van Europa op de fiscaliteit, MBB 2016/09-10.
In beginsel bepaalt iedere EU lidstaat zelf de inhoud van directe belastingen (zoals de inkomsten- en vennootschapsbelasting), wat ook wel belastingsoevereiniteit wordt genoemd.1 Iedere lidstaat heeft zich echter te houden aan het primaire EU-recht (verdragen)2 en het secundaire EU-recht (richtlijnen en verordeningen). Niet alleen juridisch afdwingbare regels zijn van invloed (geweest) op de nationale fiscale regels, maar ook politieke druk vanuit de rest van Europa. Op 1 december 1997 is bijvoorbeeld door de Ministers van Financiën van de EU-lidstaten een resolutie aangenomen inzake een “Gedragscode tegen schadelijke belastingconcurrentie’’ (opgesteld door de Code of Conduct groep, of ook wel Primarolo-groep genoemd). Op basis van de gedragscode is een lijst met als schadelijk te kwalificeren fiscale regels opgesteld door de lidstaten. Deze Gedragscode wordt met enige regelmaat weer van stal gehaald, meest recent nog eind 2015.3
Het is in ieder geval duidelijk dat in de laatste decennia het belang en de impact van EU-recht op de nationale wetgeving in de lidstaten (dus zowel in Nederland als in Duitsland) sterk is toegenomen.4 Hieronder zal ik kort ingaan op het primaire EU-recht, secundaire EU-recht en initiatieven om tot een meer geharmoniseerde winstbelasting van lichamen in Europa te komen.