Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.10
5.10 Ondankbaarheid onder het oude testamentaire erfrecht
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859169:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Coene, Not.Fisc.M., 1997, p. 144.
Zie ook par. 5.2.
Volgens Coene terecht, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 42 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015). De overwegingen die de wetgever hanteert, zijn door Coene in iets andere bewoordingen reeds opgetekend in 1997, Not.Fisc.M., p. 144.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 26. Zie hierover ook par. 5.5.
Vgl. Barbaix, in: Comm. Erf., art. 955, p. 65 (online, bijgewerkt tot 30 september 2012). Zie hierover ook par. 5.5.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 27.
Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 33 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015).
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 27. Vgl. ook Casman 2013, p. 56.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 27.
Parl.St. Kamer 2019/20, nr. 55-1272/001, p. 159.
In het oude recht, voor de Code Napoléon, bestaat een vergelijkbare regeling voor onwaardigheid en de herroeping van giften (waaronder begrepen legaten) wegens ondankbaarheid. Tijdens de redactie van de Code Napoléon is besloten voor onwaardigheid strengere regels te stellen dan tot dan toe gebruikelijk was. Naar het schijnt is de wetgever destijds vergeten de regeling inzake de herroeping van giften hierop af te stemmen.1 Tot op de dag van vandaag hanteert de Belgische wetgever een verschillend regime voor onwaardigheid en de herroeping van legaten wegens ondankbaarheid. Bij de hervorming van het erfrecht in 2012 vinden geen fundamentele wijzigingen plaats, maar worden enkele bepalingen met betrekking tot de vordering tot herroeping aangepast om onduidelijkheden weg te werken.2 De wetgever heeft daarbij welbewust twee aparte regelingen gehandhaafd.3 Hoewel er uiteraard verbanden gelegd kunnen worden tussen onwaardigheid in het wettelijke erfrecht en de herroeping van legaten wegens ondankbaarheid in het testamentaire erfrecht is er geen nood aan gelijkschakeling van de onwaardigheidsgronden in beide gevallen, aldus de wetgever. Als reden hiervoor wordt het evidente verschil tussen beide situaties genoemd: bij het wettelijke erfrecht is de roeping tot de nalatenschap door de wet bepaald, terwijl aan een legaat de wil van de erflater ten grondslag ligt. Het legaat is door individuele beweegredenen en met de intentie om te begunstigen ingegeven. Van de legataris mag daarom meer dankbaarheid worden verwacht.4 De regeling van herroeping van legaten is met andere woorden soepeler.5
De bepalingen zijn tot wetswijziging in 2022 te vinden in artikel 1046 en 1047 Oud BBW. Deze bepalingen luiden als volgt:
‘Art. 1046. De gronden waarop, volgens artikel 954 en de eerste twee bepalingen van artikel 955, herroeping van een schenking onder de levenden kan worden gevorderd, gelden ook voor de eis tot herroeping van uiterste wilsbeschikkingen.
De erfgenamen kunnen de herroeping wegens ondankbaarheid enkel vorderen indien:
1° de erflater overleden is binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de erflater bekend kon zijn; de erfgenamen moeten de eis dan instellen binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de erflater bekend kon zijn;
2° de erflater overleden is zonder dat het misdrijf hem bekend kon zijn; de erfgenamen moeten de eis dan instellen binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het overlijden, hetzij van de dag waarop het misdrijf hen bekend kon zijn, hetzij van de dag waarop het legaat hen bekend kon zijn.’ (Curs. MdV)
‘Art. 1047 BW. Indien deze eis steunt op een grove belediging de nagedachtenis van de erflater aangedaan, moet hij worden ingesteld binnen een jaar, te rekenen van de dag van het misdrijf, of van de dag waarop het misdrijf de erfgenamen bekend kon zijn.’ (Curs. MdV)
Artikel 1046 Oud BBW verwijst voor de gronden van de herroeping van een legaat naar de gronden van de herroeping van schenkingen. Het cursieve deel van deze bepaling, over het instellen van de vordering, is pas bij de hervorming van het erfrecht in 2012 in de wet gekomen. Hiermee is de regeling over de termijnen gelijkluidend met de regeling bij schenkingen.6 Twistpunten over de in te stellen vordering die bij gebrek aan deze bepaling bestonden, vooral bij de herroeping wegens ondankbaarheid van de legataris, zijn hiermee weggenomen.7
Omdat de testateur zijn testament kan herroepen, is niet in artikel 1046 Oud BBW opgenomen dat de testateur een vordering kan instellen tot herroeping van het legaat wegens ondankbaarheid. Deze mogelijkheid valt onder de algemene regel van de herroeping van het testament (art. 895 Oud BBW). Artikel 1046 lid 2 Oud BBW richt zich daarom specifiek tot de erfgenamen en niet mede tot de testateur.8
Artikel 1047 Oud BBW bevat een bijkomende grond tot herroeping van een legaat wegens grove belediging van de nagedachtenis van de erflater. Aangezien het gaat over de nagedachtenis van de erflater, betreft het per definitie een feit dat de erflater niet kan hebben gekend. Het doet zich na zijn overlijden voor. In 2012 is het cursieve gedeelte toegevoegd waarmee is verduidelijkt wat het vertrekpunt is van de termijn voor het instellen van de vordering.9
In 2022 zijn de bepalingen 1046 en 1047 Oud BBW geïntegreerd teruggekeerd in artikel 4.218 BBW.10