Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.4:5.2.4 Conclusie
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.4
5.2.4 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS447434:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderdeel 5.2 van deze studie is, uitgaande van de hypothese dat de gronden voor het bestuursverbod nog altijd valide zijn, onderzocht hoe het bestuursverbod in dier voege kan worden opgezet dat de nadelen die de huidige wettelijke bepaling aankleven worden vermeden. Verdedigd is dat de gevolgen van een schending van het bestuursverbod niet zijn bedoeld als een strafsanctie, maar als een middel om derden te beschermen tegen de nadelige gevolgen die zij van een dergelijk handelen van de commanditair mochten ondervinden. Dit doel wordt op adequate wijze bereikt door wettelijk te bepalen dat de bedrijvige commanditair jegens derden onbeperkt verbonden is voor verbintenissen uit rechtshandelingen die door zijn toedoen zijn aangegaan. Een verbondenheid voor alle schulden van de vennootschap is te vergaand en onnodig om het doel van de wet te bereiken. Van een hoofdelijke verbondenheid is niet noodzakelijkerwijs sprake: dat is slechts het geval indien naast de bedrijvige commanditair zelf ook de commanditaire vennootschap is gebonden, wat slechts in een beperkt aantal situaties het geval zal zijn. Het verdient daarnaast aanbeveling de rechter de mogelijkheid te geven om deze verbondenheid van de bedrijvige commanditair te mitigeren of zelfs te elimineren wanneer een volledige of zelfs enige gebondenheid niet gerechtvaardigd is. Aanvaarding van deze uitgangspunten leidt ertoe dat mijn voorstel voor de tekst van de wettelijke bepaling ter zake van het bestuursverbod kan worden voltooid door daaraan een regeling van de gevolgen van een overtreding van het bestuursverbod toe te voegen. Het eerste deel van deze voorgestelde wetstekst, handelende over de omvang van het bestuursverbod zelf, is opgenomen in 5.2.2.10 hierboven. De desbetreffende bepaling zou er integraal dan als volgt uitzien:
‘Handelt een commanditaire vennoot al dan niet krachtens volmacht op een zodanige wijze in naam van de vennootschap dat derden op grond van deze handeling redelijkerwijs mogen aannemen dat hij besturend vennoot is, of handelt een besturend vennoot in naam van de vennootschap krachtens een hem door de commanditaire vennoot verstrekte instructie, dan is de commanditaire vennoot tegenover derden verbonden voor de verbintenissen uit rechtshandelingen die door zijn toedoen zijn ontstaan, tenzij zijn handelen deze verbondenheid niet of niet ten volle rechtvaardigt. Deze verbondenheid is een hoofdelijke, indien ook de vennootschap aan zijn handelen is gebonden.’
Mocht een bedrijvige commanditair op basis van bovenstaande bepaling door een derde tot nakoming worden aangesproken, dan heeft hij in het door mij voorgestane stelsel slechts regres op de vennootschap, en daarmee de gecommanditeerde vennoten, indien de vennootschap door zijn handelen is gebonden. Voor een verdergaand regresrecht acht ik geen rechtvaardiging aanwezig.