Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/11.1:11.1 Het enquêterecht en de enquêteprocedure
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/11.1
11.1 Het enquêterecht en de enquêteprocedure
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196938:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[406] In het Nederlandse enquêterecht staan de rechtspersoon en de met deze verbonden onderneming centraal. Het enquêterecht is praktisch van aard. Het heeft de volgende doeleinden: de sanering van de verhoudingen binnen de rechtspersoon en het herstel van gezonde verhoudingen door maatregelen van reorganisatorische aard binnen de onderneming; het verkrijgen van opening van zaken; de vaststelling wie verantwoordelijk is voor wanbeleid. Het doel van het enquêterecht is in wezen tweeledig. Het is gericht op een juiste rechtstoestand en op een adequate bedrijfseconomische toestand.
De enquêteprocedure is een bijzondere procedure. Het bijzondere karakter hangt samen met de praktische aard van het enquêterecht. De enquêteprocedure verschilt sterk van de contradictoire procedure voor de gewone burgerlijke rechter. De Ondernemingskamer is de exclusief bevoegde feitelijke rechter. Zij spreekt recht met vijf leden. Twee leden zijn lekenrechters met bijzondere deskundigheid op het gebied van ondernemingen. De wet bepaalt wie de procedure kunnen initiëren. De verwerende partij is de rechtspersoon. In de procedure kunnen belanghebbenden verschijnen. De Ondernemingskamer kan een onderzoek – de enquête – bevelen als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of juiste gang van zaken van de rechtspersoon te twijfelen. Zij benoemt in dat geval een onafhankelijke onderzoeker. Deze onderzoekt het beleid en de gang van zaken. De zogenoemde eerste fase van de procedure eindigt met het onderzoeksverslag van de onderzoeker. Er kan een tweede fase volgen. Daarin beoordeelt de Ondernemingskamer of uit dat verslag blijkt van wanbeleid van de rechtspersoon. Als zij wanbeleid vaststelt, kan ze maatregelen nemen die in de wet zijn opgesomd. Tot die maatregelen behoren: vernietiging van besluiten; ontslag van bestuurders; ontbinding van de rechtspersoon.