Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/11.2:11.2 De onmiddellijke voorzieningen
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/11.2
11.2 De onmiddellijke voorzieningen
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196873:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[407] De Ondernemingskamer kan in de gehele procedure spoedeisende ordemaatregelen van tijdelijke aard nemen. Dat zijn de zogenoemde onmiddellijke voorzieningen. Deze hebben het karakter van noodverband en zijn van kracht voor ten hoogste de duur van het geding. De rechterlijke bevoegdheid tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen dient ter bevordering van de effectiviteit van de enquêteprocedure. Die bevoegdheid is daarom verstrekkend. Met onmiddellijke voorzieningen mag worden afgeweken van dwingend recht en deze mogen onomkeerbare gevolgen hebben. Een onmiddellijke voorziening kan alleen worden getroffen als de toestand van de rechtspersoon of het belang van het onderzoek dat vereist. Onmiddellijke voorzieningen kunnen op zeer korte termijn worden getroffen. De variatie in onmiddellijke voorzieningen is groot. Voorbeelden zijn: het schorsen van bestuurders; het tijdelijk aanstellen van bestuurders; de overdracht van aandelen ten titel van beheer aan een beheerder; het schorsen van stemrecht op aandelen; het verbod op besluitvorming; het verbod op uitvoering van besluiten. Een onmiddellijke voorziening heeft gevolgen – baten en lasten – voor de rechtspersoon. Die gevolgen moeten per saldo positief uitwerken op de rechtspersoon. Anders is de maatregel niet in zijn belang. Dat belang staat in de enquêteprocedure centraal.