Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/11.3
11.3 Het onderzoeksthema
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196894:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In het bijzonder in de procedure inzake ABN Amro (OK 3 mei 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4395, ARO 2007/79 (abusievelijk genummerd 67); JOR 2007/143, m.nt. M.P. Nieuwe Weme; Ondernemingsrecht 2007/103, m.nt. M.J. van Ginneken; NJB 2007/1296, m.nt. M.J. van Vliet; TOP 2007, p.199-203, m.nt. E. Soerjatin (ABN Amro) en HR 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7972, (concl. A-G L. Timmerman, ECLI:NL:PHR:2007:BA7972), ARO 2007/120; NJ 2007/434; JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme; Ondernemingsrecht 2007/127, m.nt. M.J. van Ginneken; NJB 2007/31, p. 1632-1676, m.nt. P. van Schilfgaarde; NJB 2007/1693 (ABN Amro)).
[408] Soms roept een onmiddellijke voorziening een rechtsplicht van de rechtspersoon in het leven, die conflicteert met een rechtsplicht van de rechtspersoon uit een overeenkomst. De rechtspersoon kan dan niet tegelijkertijd én de overeenkomst nakomen én voldoen aan een verplichting die voortvloeit uit de onmiddellijke voorziening. Dit type onmiddellijke voorzieningen staat centraal in dit proefschrift.
In de praktijk is de vraag gerezen naar de rechtstoestand in geval van zo’n conflict van rechtsplichten. De kwestie heeft zich geopenbaard in procedures over overnameconflicten. In zulke procedures zijn onmiddellijke voorzieningen in conflict gekomen met verplichtingen uit aandelentransacties.1 Dit type onmiddellijke voorziening wordt ook toegepast bij schorsing van bestuurders. In die gevallen botsen de maatregelen met bezoldigingsverplichtingen van de rechtspersoon. De samenloop van onmiddellijke voorzieningen met aandelentransacties en met bezoldigingsverplichtingen is onderzocht.
[409] Bij een conflict tussen een onmiddellijke voorziening en een contractuele verplichting van de rechtspersoon zijn drie scenario’s voor de rechtstoestand denkbaar. In het eerste scenario prevaleert de contractuele verplichting. De onmiddellijke voorziening tast de contractuele verplichting niet aan; deze moet worden nagekomen. Een onmiddellijke voorziening waarmee niet-nakoming wordt beoogd, is in dat scenario zinloos. In het tweede scenario heeft de onmiddellijke voorziening voorrang. De rechtspersoon komt de contractuele verplichting niet na en zijn wederpartij heeft op die grond geen acties. In het derde scenario heeft noch de contractuele verplichting, noch de onmiddellijke voorziening prioriteit. Het onderzoek heeft uitgewezen dat het derde scenario Nederlands geldend recht is
In het derde scenario komt de rechtspersoon de contractuele verplichting niet na wegens de onmiddellijke voorziening. Zijn wederpartij zou daarop kunnen reageren en die reactie zou tot nadeel of last voor de rechtspersoon kunnen leiden. Het nadeel is in dat geval een negatief effect van de onmiddellijke voorziening voor de rechtspersoon. Dat mogelijke negatieve effect moet worden afgewogen tegen de positieve gevolgen van de onmiddellijke voorziening. Die afweging dient de Ondernemingskamer te maken voordat zij een conflicterende onmiddellijke voorziening treft. De Ondernemingskamer heeft dus inzicht nodig in de negatieve effecten, die de rechtspersoon, die wegens een onmiddellijke voorziening een contractuele verplichting niet nakomt, ondervindt van de reactie van zijn wederpartij. Die effecten zijn onderzocht. De reactie van de wederpartij hangt af van zijn rechtspositie. De onderzoeksvragen zien op die effecten, die rechtspositie, en de wijze waarop de Ondernemingskamer inzicht daarover verwerft. Een mogelijke rangorde tussen de contractuele verplichting en de onmiddellijke voorziening (het eerste en het tweede scenario) is in het onderzoek betrokken. De enquêterechtelijke, verbintenisrechtelijke, procesrechtelijke en arbeidsrechtelijke aspecten van het conflict van verplichtingen zijn onderzocht.