Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/1.7.5:1.7.5 Ontwikkelen van een afwegingskader
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/1.7.5
1.7.5 Ontwikkelen van een afwegingskader
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS448473:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het beschrijvende deel van dit onderzoek vormt de basis voor een verdere analyse. Dit mondt uiteindelijk uit in een onderbouwd verbetervoorstel aan vooral het adres van de wetgever in de vorm van een te ontwikkelen afwegingskader.1 Voor de opzet daarvan zoek ik aansluiting bij een instrument uit de (civiel)juridische wereld; een zogenoemde omstandigheden- of gezichtspuntencatalogus. De achtergrond daarvan is het gebruik van open normen in wetgeving. Deze brengen de mogelijkheid van flexibiliteit en maatwerk met zich mee. Open normen hebben echter een keerzijde. In een concreet geval is namelijk niet altijd klip en klaar wat de uitkomst zal zijn als de norm moet worden toegepast. Vaak hangt dit af van de feitenconstellatie.2 Voor de rechtspraktijk brengt dit onduidelijkheid en onzekerheid met zich mee. Via omstandighedencatalogi probeert de Hoge Raad in een uitspraak met betrekking tot een concreet geval een brug te slaan tussen de open norm en de feiten/omstandigheden die daarin worden dan wel kunnen worden meegewogen.3 Een omstandighedencatalogus kan ook vanuit de wetenschap worden ontwikkeld, bijvoorbeeld aan de hand van analyse van wetgeving en jurisprudentie. Zie voor de fiscaliteit bijvoorbeeld Te Niet en Berkhout & Hoogeveen.4 Een stap verder is een omstandighedencatalogus die betrekking heeft op de totstandkoming van wetgeving. Voor dit onderzoek is dat relevant omdat de keuze van de heffingsmethode primair een aangelegenheid is van de fiscale wetgever. Een voorbeeld daarvan is het proefschrift “Terugwerkende kracht van belastingwetgeving: gewikt en gewogen” van Pauwels, waarin hij een dergelijke omstandighedencatalogus heeft opgesteld.5 Hierin geeft hij aan welke omstandigheden de wetgever bij fiscale overgangsrechtsvorming in aanmerking zou moeten nemen. Verder heeft Schuver-Bravenboer in haar proefschrift “Fiscaal overgangsbeleid” een soort omstandighedencatalogus ontwikkeld die zich richt op de wetgevingstechniek in de vorm van een raamwerk met bijbehorende vuistregels.6 Pauwels stelt dat voor de toepassing van de methode van een omstandighedencatalogus enerzijds bekend moet zijn welke omstandigheden dienen te worden meegewogen, terwijl anderzijds nog open is hoe zwaar deze omstandigheden meewegen in een concreet geval en hoe de afweging met de ‘tegenbelangen’ uitvalt.7
Over de omstandigheden – in dit proefschrift noem ik dit factoren – die van invloed zijn op de keuze van een heffingsmethode is op dit moment nog weinig bekend. Nog minder is dat het geval voor de mate waarin die factoren van invloed zijn op die keuze. Om dat te verbeteren, geef ik aan het slot van dit onderzoek een aanzet voor een afwegingskader. Dit dient als ondersteuning bij toekomstige keuzes op het vlak van de heffingsmethoden. Het is een eerste stap op weg naar een uiteindelijk te ontwikkelen omstandighedencatalogus, inclusief een lijst met feiten en omstandigheden die bij het maken van een keuze op het vlak van de heffingsmethoden in de beschouwing behoren te worden betrokken.