Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/1.1.4
1.1.4 Niet exclusieve taak strafrechter
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS613029:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
‘Onrechtmatig verkregen bewijs’ is uitdrukkelijk genoemd als sepotgrond in de bijlage bij de Aanwijzing gebruik sepotgronden, Stcrt. 2009, 12653.
Zie bijv. HR 17 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7887, NJ 2005/392 m.nt. Vranken.
Zie de interne onderzoeken genoemd door Schalken in zijn noten onder HR 4 februari 1997, NJ 1997/308 (n.a.v. niet-ontvankelijkverklaring OM wegens door CID-rechercheurs bij hof afgelegde meinedige verklaringen, waarvan AG op de hoogte was maar niet ingreep) en HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ3571, NJ 2010/281 (n.a.v. nietontvankelijkverklaring OM door rechtbank Alkmaar in de zogenaamde Sierra-zaak betreffende mensenhandel).
Commissie Van Traa 1996.
Zie bijv. Rechtbank ‘s-Hertogenbosch 11 april 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ0780.
Ook in de VS kennen beide soorten vormfouten een afzonderlijk stelsel wat betreft de inrichting en omvang van de controle, de mogelijke rechtsgevolgen en de daarbij te maken belangenafweging. Zie Kuiper 2010, p. 251.
Dat neemt niet weg dat ook aan de vernietiging van een rechterlijke beslissing soms ook een educatief effect wordt toebedacht. Vanwege de spanning die kan optreden tussen strikte naleving van het recht en eisen die worden gesteld aan de kwantiteit van de productie van de rechter, kan dat van realiteitszin getuigen. Vgl. het rapport van de Commissie Deetman 2006, hoofdstuk 3, en zie in dit verband Huang 2011, p. 1109-1151, die een causaal verband aantoont tussen stijgende werklast van Amerikaanse appelgerechten en een afnemende intensiteit van de door hen uitgeoefende controle, tot uitdrukking komend in een afnemend aantal vernietigingen.
Diversiteit kenmerkt niet alleen vormfouten, maar ook de fora waarin daaraan rechtsgevolgen kunnen worden verbonden. Binnen de strafrechtelijke procedure kan behalve aan de zittingsrechter ook worden gedacht aan de RC of de raadkamer en aan het seponeren van een zaak door de politie of het OM.1 Ook buiten het strafproces bestaan diverse fora waarin vormfouten tot rechtsgevolgen kunnen leiden. Bijvoorbeeld in een civiele procedure2 of naar aanleiding van een procedure bij een klachtencommissie voor de politie, de Ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens. Vormfouten kunnen voorts aanleiding geven tot (maatregelen op basis van) intern disciplinair onderzoek bij politie of OM3 of zelfs tot een parlementaire enquête.4 Verder kan nog worden gedacht aan vervolging van degene die de vormfout beging. In de art. 370 en 371 Sr zijn het onrechtmatig binnentreden, doorzoeken, in beslag nemen en opvragen van poststukken en telefoongegevens strafbaar gesteld, maar soms zal de vervolging ook kunnen zien op minder specifieke delicten, zoals valsheid in geschrift (art. 225 Sr).5
Een verhandeling over dit onderwerp die wel enige diepgang heeft maar geen encyclopedische omvang, schreeuwt om een duidelijke afbakening. Daarin ligt een belangrijke reden voor de beperking van dit onderzoek tot het reageren door de strafrechter op grond van het onderzoek ter terechtzitting (hierna ook: de zittingsrechter) op vormfouten die zijn begaan in het voorbereidend onderzoek. Inhoudelijk zijn er goede redenen om juist deze beperking aan te leggen. De bijzondere aard van het reageren op déze vormfouten in dít kader rechtvaardigt een afzonderlijke behandeling. Onderscheidend is de ingrijpende aard van de mogelijk toe te passen reacties – zoals bewijsuitsluiting en niet-ontvankelijkverklaring, die aan berechting van ernstige misdrijven in de weg kunnen staan – en de specifieke belangenafweging die hierbij nodig is en die verband houdt met de aan de zittingsrechter toebedeelde taken. In die opzichten is de rol en positie van rechters die in een eerder stadium van de strafprocedure soms moeten oordelen over de rechtmatigheid van bepaald handelen in het voorbereidend onderzoek een andere. Zij oordelen in een pril stadium en hen staat niet, zoals de zittingsrechter, een scala aan mogelijke rechtsgevolgen ter beschikking.
Ook onderscheidt de beoordeling van de in dit boek besproken vormfouten in het voorbereidend onderzoek, waarbij het vooral gaat om vormfouten die zijn begaan onder verantwoordelijkheid van politie of OM, zich van de belangrijkste andere soort vormfouten die ter terechtzitting (althans in appel) aan de orde kunnen komen, te weten vormfouten van de lagere rechter. Daarbij is de inhoud van de belangenafweging anders en vindt deze plaats tegen een wezenlijk andere achtergrond.6 De belangrijkste verschillen zien op de mogelijke rechtsgevolgen en hetgeen met de toepassing van die rechtsgevolgen wordt nagestreefd. Rechters worden geacht het recht te willen naleven. Begaan zij een vormfout, dan kan dat worden beschouwd als het gevolg van een vergissing of van onbekendheid met de inhoud van het recht, maar in beginsel niet als het beoogd schenden of omzeilen van regels. Uitleg van de inhoud van het recht moet dan geacht worden toereikend te zijn om nieuwe fouten te voorkomen. Een extra stimulans tot normconform handelen hoeft – anders dan bij opsporingsambtenaren die aan de verleiding bloot staan regels te negeren die hun onderzoeksmogelijkheden beperken – van de reactie niet uit te gaan.7 Bij de beoordeling van vormfouten van de lagere rechter komt het daarom meestal aan op de vraag of de belangen van een procespartij al dan niet nopen tot (gedeeltelijke) vernietiging en een nieuwe berechting. Vernietiging van de beslissing van de lagere rechter met terugwijzing, is in dit verband de meest ingrijpende reactie. Dat is kostbaar en vervelend voor de partijen die opnieuw voor de rechter moeten verschijnen, maar de berechting wordt er niet door gefrustreerd.