Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/5.3.2.2
5.3.2.2 Elementen
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS369985:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Panel Statement 1972/1 van 6 januari 1972 (Venesta). Hierover Nieuwe Weme 2004, p. 69 en Johnston 1980, p. 74 e.v.
Zie de definitie van acting in concert onder “Definitions”.
Op grond van S. 338 Companies Act 2006 hebben aandeelhouders het (geclausuleerde) recht om dergelijke resoluties te agenderen.
Zie Rule 9.1, Note 2 (“collective shareholder action”).
Aldus Practice Statement no. 26, nr. 2.4.
Idem. Er is bewust niet gekozen voor een lijst met voorstellen die als zodanig kunnen kwalificeren, zie Panel Consultation Paper 2002/10, nr. 3.2-3.2 en Response Statement 2002/10, nr. 4.3.3.
Dit is de belangrijkste factor, zie ook Practice Statement no. 26, nr. 3.1 en Panel Consultation Paper 2002/10, nr. 4.1.
In het eerdergenoemde Practice Statement no. 26 geeft het Panel per deelfactor een voorbeeld, zie nr. 3.1.
Practice Statement no. 26, nr. 3.2.
Rule 9.1, Note 2 City Code.
Idem (slot).
Practice Statement 2009/26, nr. 3.3. Dit volgde ook reeds uit Panel Consultation Paper 2002/10, nr. 4.5 en Response Statement 2002/10, nr. 4.3.8. Eerder schreef ik dat dit soort voorstellen voor het Panel wel relevant kunnen zijn, zie Beckers 2009-1, p. 66. Dit is, gelet op het voorgaande, bij nader inzien onjuist.
Panel Statement 1984/12 van 24 oktober 1984 (Glanfield).
Zie acting in concert-definitie, Note 9. Vgl. reeds Panel Statement 1989/5 van 17 februari 1989 (Marina). Deze beslissing is later gecodificeerd in genoemde Note 9.
De stemafspraak moet zijn gemaakt in de context van een irrevocable commitment de aandelen aan te melden onder het bod, moet beperkt zijn tot de looptijd van het bod en moet beperkt zijn tot zaken die samenhangen met het welslagen van het bod, zie Practice Statement 2008/22, nr. 2.5.
Voorafgaand aan de implementatie van de Overnamerichtlijn hanteerde het Panel een andere toets, zie Panel Statement 1994/6 van 28 juli 1994 (Chiltern). In casu wilden drie partijen hun stukken niet aanmelden waardoor de grens voor gestanddoening, die op 50% was gesteld, niet werd bereikt en het bod niet doorging. Chiltern (de bieder) betoogde dat de niet-aanbieders gezamenlijk het bod wilden frustreren “and so to gain control of Chiltern without making a full bid.” Het Panel ging hierin niet mee omdat de drie partijen elk eigen motieven hadden om niet aan te melden.
Zie Panel Statement 1985/6 van 1 april 1985. De reden hiervoor is gelegen in de selectieve toepassing die aan deze regel kon worden gegeven.
Deze regel figureerde in de eerste versie van de City Code van 27 maart 1968 nog als Rule 33. Onder het toepassingsbereik vielen ook associates van de bieder of de doelvennootschap, waaronder concert parties werden begrepen, zie Panel Statement 1972/1 (Venesta).
Johnston 1980, p. 79 en 271-272. Zie over deze regel ook Panel Statement 1972/1 (Venesta).
Panel Statement 1972/1 (Venesta), p. 7.
Vgl. Panel Statement 1989/13 van 14 juli 1989 (Guinness), 1st section, nr. 4. In deze zaak ging het omde uitleg van acting in concert in het kader van enkele regels betreffende de gelijkheid van aandeelhouders, niet betreffende het verplicht bod.
Eaborn 2005, p. 153.
Panel Statement 1989/13 (Guinness), 1st section, nr. 23. De Overnamerichtlijn veranderde daaraan niets, Takeover Appeal Board (het bevoegde orgaan inzake hoger beroep tegen beslissingen van het Hearings Committee, zie ook § 5.3.5), Statement 2010/1 van 14 juli 2010 (Principal Capital Investment Trust), nr. 53-55.
Panel Statement 1992/9 van 26 maart 1992 (Dundee Football Club), p. 13-14. Zie Panel Statement 1989/13 (Guinness), 1st section, nr. 23 voor een opsomming van omstandigheden die in die zaak tot het oordeel acting in concert leidden.
Panel Statement 2007/18 (WTV), nr. 4.3.2.
Zie Rule 9.1, note 2: “The Panel does not normally regard the action of shareholders voting together on a particular resolution as action which of itself indicates that such parties are acting in concert.”
I. Doel
In navolging van de Overnamerichtlijn maakt de acting in concert-definitie uit de City Code onderscheid tussen acting in concert dat ertoe strekt de controle te verwerven of te behouden en acting in concert met het doel het slagen van een bod te dwarsbomen. Laatstgenoemde acting in concert-categorie krijgt weinig aandacht in het Verenigd Koninkrijk. Dit is opvallend omdat het verplicht bod juist is geïntroduceerd naar aanleiding van een geval waarin een grootaandeelhouder een bod dwarsboomde (§ 5.3.2.2 sub II.ii).1
i. Verwerving of behoud van de controle (offensief acting in concert)
Het eerste acting in concert-type betreft samenwerking die ertoe strekt de controle over de doelvennootschap te verkrijgen dan wel de controle te handhaven.2 In de Notes bij Rule 9 merkt het Panel op dat afspraken over aandeelhoudersresoluties3 in beginsel niet als acting in concert worden aangemerkt.4 Incidentele samenwerking levert dus normaal gesproken geen biedplicht op. Dit wordt anders wanneer er afspraken worden gemaakt ten aanzien van een board control-seeking proposal (§ 5.3.2.1). De Code bevat een niet-limitatieve opsomming5 aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of een voorstel als board control-seeking kan worden aangemerkt.6 Daarbij gaat het in de eerste plaats om de relatie tussen de aandeelhouders die het voorstel doen of steunen en de voorgestelde nieuwe bestuurders.7 Relevante deelfactoren daarbij zijn: i) het bestaan van een voorafgaande verhouding, ii) onderlinge afspraken of iii) beloning van nieuwe bestuurders.8 Op grond van deze factoren maakt het Panel een inschatting van de kans dat de beoogde bestuurders worden beïnvloed door de activistische aandeelhouders zodat zij niet in staat zijn tot eigen, onafhankelijke afwegingen in het belang van alle aandeelhouders.9 Als blijkt dat er geen relatie is, dan is er geen acting in concert. Als blijkt dat er wel een relatie is, maar deze niet als significant kwalificeert, toetst het Panel of er sprake is van acting in concert op grond van de volgende omstandigheden:
het aantal te benoemen of vervangen bestuurders;
welke bestuursfuncties(s) het betreft;
de aard van het mandaat (indien van toepassing) van de nieuwe bestuurders;
het belang van de activistische aandeelhouders bij de implementatie van het voorstel, en
de verhouding tussen de voorgestelde bestuurders en de zittende bestuurders en de verhouding tussen de zittende bestuurders en de aandeelhouders die het voorstel doen/steunen.10
Bij de beoordeling of partijen tegen de achtergrond van een board control-seeking proposal nog langer in onderling overleg handelen kijkt het Panel – kernachtig weergegeven – naar:
of partijen hun doel hebben bereikt;
of er bewijs is voor het oordeel dat partijen nog langer in onderling overleg handelen;
of partijen in een gevecht met het bestuur van de vennootschap zijn verwikkeld;
de aard van de betrokken activistische aandeelhouders en hun onderlinge verhoudingen, en
de verhouding tussen de activistische aandeelhouders en de voorgestelde bestuurders.11
Later heeft het Panel verduidelijkt welke factoren op zichzelf geen acting in concert opleveren. Dit zijn: i) discussies tussen aandeelhouders over welke onderwerpen met het bestuur besproken zullen worden, ii) gezamenlijke vertegenwoordiging in het bestuur, en iii) discussies met het bestuur over de te volgen strategie van de vennootschap, mits daarbij niet wordt gedreigd met het doen van een board control-seeking proposal.12
Afgezien van het voorgaande heeft het Panel voor een aantal praktijksituaties duidelijkheid verschaft. Een fan club, waarbij een grote aandeelhouder als gevolg van zijn reputatie een groep aandeelhouders om zich heen verzamelt, levert als zodanig geen acting in concert op, maar dat kan anders zijn indien er sprake is van onderlinge communicatie en/of coördinatie.13 Een tweede verduidelijking betreft afspraken over al dan niet aanmelden onder een reeds uitgebracht of nog uit te brengen openbaar bod (irrevocables). Dergelijke afspraken, maar vooral de daarmee samenhangende afspraken om het stemrecht hangende het bod conform de wensen van de bieder uit te brengen, kwalificeren in beginsel niet als acting in concert met het oog op het verwerven van de controle14, mits is voldaan aan de voorwaarden die het Panel later daaraan heeft gesteld.15
De UK-regeling inzake board control-seeking proposals heeft overigens model gestaan voor de beleidsregels van ESMA, waar dit onderwerp weliswaar niet in de white list zelf wordt genoemd, maar desalniettemin door ESMA wordt uitgewerkt (zie uitgebreid over de opzet en inhoud van de white list § 7.4.2.2).
ii. Dwarsbomen van het welslagen van een bod (defensief acting in concert)
Ook wanneer wordt samengewerkt om een bod te dwarsbomen is er sprake van acting in concert.16 Onduidelijk is wanneer sprake is van controleverwerving bij samenwerking om een bod te dwarsbomen; het Panel heeft hier tot op heden nog geen guidance over verschaft.
Onduidelijk is ook waarom defensief acting in concert pas is opgenomen in de Code naar aanleiding van de implementatie van de Overnamerichtlijn. Een sterk hierop lijkende regeling betrof de in 198517 geschrapte Rule 3718 , welke voorzag in een consultatieverplichting voor personen met een commercial interest die een bod wilden dwarsbomen, tenzij zij konden aantonen dat hun handelen niet strijdig was met de belangen van de overige aandeelhouders.19 Ter verduidelijking merkte het Panel op dat degene die een bona fide bod wilde dwarsbomen er op kon rekenen dat het Panel grenzen zou kunnen stellen aan het door hem te verwerven belang in welk geval hij “might have to consider the alternative of making a general offer”.20 Uiteraard is hiermee nog niet verklaard waarom degene die een bod frustreert verplicht moet worden een bod uit te brengen, maar het is verleidelijk om hierin de contouren van defensief acting in concert te zien (vgl. § 4.3.3).
II. Vorm
In de City Code worden geen zware eisen gesteld aan de vorm van de samenwerking. Naast een overeenkomst volstaat formele of informele understanding.21 Het Panel zal bij de vaststelling hiervan op weinig anders kunnen bogen dan zijn ervaringskennis, common sense en de concrete omstandigheden van het geval.22 Het voor acting in concert benodigde bewijs van samenwerking heeft betrekkelijk veel aandacht van het Panel gekregen. Niet alleen feiten, maar ook redelijke gevolgtrekkingen uit die feiten en ander circumstantial evidence zijn toegelaten.23
Relevante omstandigheden kunnen volgens het Panel zijn: het feit dat een betrokkene zich persoonlijk garant stelt voor de verplichtingen van de overige betrokkenen, dat betrokkenen op hetzelfde adres kantoor houden en uitingen die duiden op bepaalde gedragsinstructies.24 Wanneer partijen ten aanzien van een groot aantal punten samen optrekken kan het Panel hierin een concert party zien, waarbij ook van belang kan zijn in hoeverre anderen, zoals bijvoorbeeld de doelvennootschap, hen als een geheel behandelen.25
III. Duur
Uitgangspunt is dat incidenteel afgestemd stemgedrag niet als acting in concert wordt aangemerkt.26 Als gezegd wordt hierop een uitzondering gemaakt bij board control-seeking proposals (zie eerder sub I).