Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/9.1:9.1 Inleiding
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS303742:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor het begrip belanghebbende eveneens: hoofdstuk 3, paragraaf 3.8. en hoofdstuk 6, paragraaf 6.4.2.
Dijk & Van der Ploeg 2013, p. 97: ‘Rechtspersonen zijn voor hun maatschappelijk functioneren afhankelijk van het kunnen nemen van besluiten. Besluiten worden genomen door de organen van de rechtspersoon.’
Die belanghebbende kan ook een minderheidsaandeelhouder zijn en als zodanig onderdeel uitmaken van de algemene vergadering van aandeelhouders.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 8 is aan de orde gekomen welk belang de algemene vergadering van aandeelhouders dient te behartigen; het vennootschappelijk belang. De vraag die vervolgens, evenals bij de individuele aandeelhouder, rijst is wat een individuele belanghebbende kan doen wanneer de algemene vergadering van aandeelhouders het belang van die belanghebbende op ontoelaatbare wijze schendt.
Hoewel het hier gaat om de algemene vergadering van aandeelhouders, betekent dit niet dat individuele aandeelhouders, naast andere belanghebbenden,1 niet kunnen ageren tegen schendingen van het vennootschappelijk belang door de algemene vergadering van aandeelhouders. Besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders worden in de regel genomen bij een absolute meerderheid. Dit heeft tot gevolg dat de meerderheid (en daarmee de algemene vergadering van aandeelhouders) een besluit kan nemen dat het belang van de minderheidsaandeelhouder schaadt.
Om de vraag wat een individuele belanghebbende kan doen wanneer de algemene vergadering van aandeelhouders het vennootschappelijk belang (en het belang van die belanghebbende) op ontoelaatbare wijze schendt, te beantwoorden, moet eerst de wijze waarop de algemene vergadering van aandeelhouders haar taak uitoefent, worden beschouwd. De belangrijkste taak van de algemene vergadering van aandeelhouders is, evenals die van andere organen van de vennootschap, het nemen van besluiten om de aan haar toegekende bevoegdheden in het kader van het aan haar toevertrouwde belang uit te oefenen. Door het nemen van besluiten functioneert de vennootschap.2 Dit betekent dat wanneer een belanghebbende een maatregel wil nemen naar aanleiding van een, al dan niet voorgenomen, gedraging van de algemene vergadering van aandeelhouders, die belanghebbende zich in beginsel dient te richten tegen het, al dan niet voorgenomen, besluit. Anders gezegd, het aantasten of voorkomen van een besluit is de primaire wijze waarop een belanghebbende in verzet kan komen tegen onwenselijk gedrag van de algemene vergadering van aandeelhouders.3 De vraag die daarbij eveneens naar voren komt, is hoe de belanghebbende er (direct) zorg voor draagt dat de algemene vergadering van aandeelhouders het besluit neemt om het door de belanghebbende gewenste resultaat te bereiken of dat het vereiste besluit in zijn geheel achterwege wordt gelaten. Dit gaat daarmee verder dan het beperken van besluitvorming van de algemene vergadering van aandeelhouders; het gaat ook om het actief handelen.
Niet alleen het aantasten of voorkomen van het besluit is echter relevant. Ook zal, evenals bij de individuele aandeelhouder, aansprakelijkheid een rol kunnen spelen. Het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders is echter geen rechtshandeling van de (gezamenlijke) aandeelhouders, maar van de vennootschap zelf.4 Dit betekent dat in beginsel niet de aandeelhouder(s), maar de vennootschap aansprakelijk kan (en moet) worden gehouden voor de gevolgen van het besluit.
Hieronder zullen de mogelijkheden voor belanghebbenden nader aan de orde komen. Daarbij zal eerst de aandacht uitgaan naar de aantasting van reeds genomen besluiten. Deze besluiten moeten vernietigd worden of de nietigheid ervan dient te worden vastgesteld. Vervolgens wordt nader ingegaan op het voorkomen van voorgenomen besluitvorming. Voorkomen is immers in de regel beter dan vernietigen. Als sluitstuk van het aantasten van besluiten is het vervolgens de vraag in hoeverre de belanghebbende kan bewerkstelligen dat, na vernietiging, het vaststellen van nietigheid of het voorkomen van een besluit, een ander, voor de belanghebbende positief, besluit wel wordt genomen of wordt bepaald dat het besluit niet vereist is voor het bereiken van het door de belanghebbende gewenste doel. Tot slot wordt nader ingegaan op de mogelijkheid de vennootschap aansprakelijk te stellen voor een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders en de relatie tussen aansprakelijkheid van de vennootschap en aansprakelijkheid van de aandeelhouders die het besluit tot stand hebben gebracht.