Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/9.4
9.4 Een onmiddellijke voorziening ten aanzien van een orgaan of individu
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS300183:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Van Wijk 2007, p. 391. Zie in dit verband ook: hoofdstuk 7, paragraaf 7.4.6.
Het is ook denkbaar dat andere organisatierechtelijke rechten van de aandeelhouder worden geschorst, zoals het agenderings- of vergaderrecht (zie bijvoorbeeld: Hof Amsterdam (OK) 8 augustus 2006, JOR 2006, 264). Een beperking van deze rechten laat ik hier verder buiten beschouwing.
Betoogd zou kunnen worden dat het overdragen van aandelen ten titel van beheer ingrijpender is voor de aandeelhouder dan, bijvoorbeeld, het schorsen van het stemrecht op alle aandelen in het geplaatst kapitaal (onder 4), omdat bij de eerstgenoemde onmiddellijke voorziening de aandelen daadwerkelijk moeten worden overgedragen aan een derde. Vanuit het oogpunt van ingrijpen in de organisatierechtelijke rechten in de vennootschap is het echter een minder ingrijpende onmiddellijke voorziening. Anders echter Eikelboom, die juist meent dat het overdragen van aandelen ten titel van beheer uit subsidiariteitsoverwegingen de voorkeur verdient boven het schorsen van het stemrecht, omdat de tijdelijk beheerder bij het uitbrengen van de stem kan opkomen voor de belangen van de (oorspronkelijke) aandeelhouder (Eikelboom 2014-1, p. 274). Daarbij moet wel worden opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de belangen van deze aandeelhouder naar objectieve maatstaven (zie in dit verband: Hof Amsterdam (OK) 30 oktober 2013, JOR 2013 m.nt. Josephus Jitta r.o. 3.27), niet naar het belang van de aandeelhouder zoals hij dit zelf beschouwd. Het stemrecht wordt immers in de regel geschorst om te voorkomen dat de aandeelhouder het stemrecht uitoefent om zijn eigen door hem vastgestelde belang te behartigen.
Ook binnen deze categorieën onmiddellijke voorzieningen zijn overigens nog verdere nuanceringen mogelijk.
HR 14 september 2007, NJ 2007, 611 en 612 m.nt. Maeijer (Versatel).
Hof Amsterdam (OK) 31 december 2009, JOR 2010, 60 m.nt. Doorman (Inter Access). Zie voor deze beschikking ook: hoofdstuk 6, paragraaf 6.3.2.5.1.
Uit paragraaf 9.3. van dit hoofdstuk en paragraaf 7.4.6. van hoofdstuk 7 blijkt dat het mogelijk is onmiddellijke voorzieningen te verzoeken en te treffen die zich richten op het individu, de aandeelhouder, het orgaan, de algemene vergadering van aandeelhouders en de rechtspersoon. Welke onmiddellijke voorziening wordt getroffen, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, maar daarbij moet wel (altijd) rekening worden gehouden met het proportionaliteitsbeginsel. Een onmiddellijke voorziening mag niet worden getroffen wanneer een minder ingrijpende onmiddellijke voorziening even effectief zou zijn.1 In de regel zal een onmiddellijke voorziening jegens een individuele aandeelhouder minder ingrijpend van aard zijn dan een onmiddellijke voorziening jegens de algemene vergadering van aandeelhouders. Als algemeen hanteerbare schaal kan dan ook de navolgende lijst van onmiddellijke voorzieningen om besluitvorming te voorkomen worden gehanteerd, waarbij de eerstgenoemde onmiddellijke voorziening het minst ingrijpend is, maar in de regel ook het minst effectief, en de laatstgenoemde onmiddellijke voorziening het meest ingrijpend:
het schorsen van het stemrecht van een individuele aandeelhouder ten aanzien van besluiten omtrent een bepaald onderwerp;2
het volledig schorsen van het stemrecht van een individuele aandeelhouder;
het overdragen van de aandelen van een individuele aandeelhouder ten titel van beheer;3
het schorsen van het stemrecht op alle aandelen in het geplaatst kapitaal;
het verbieden van het nemen van besluiten omtrent een bepaald onderwerp door de algemene vergadering van aandeelhouders of een specifieke algemene vergadering van aandeelhouders;
het verbieden van het nemen van besluiten omtrent een bepaald onderwerp door de algemene vergadering van aandeelhouders; en
het verbieden van het nemen van besluiten door de algemene vergadering van aandeelhouders.4
De Ondernemingskamer zal dus in de regel pas toekomen aan het treffen van een ingrijpendere onmiddellijke voorziening, wanneer de minder ingrijpende voorziening niet voldoende effectief zou zijn, waarbij een billijke afweging van de belangen van partijen moet plaatsvinden en de noodzaak van de voorziening voldoende is gebleken.5 Een goed voorbeeld van een situatie waarin een ingrijpende onmiddellijke voorziening noodzakelijk was, is de zaak Inter Access.6 In deze zaak – waar noodzaakfinanciering centraal stond – bestond de dringende noodzaak om de gedeeltelijke conversie van een lening in aandelen (waarvan een aandelenemissie onderdeel was) mogelijk te maken en in dat verband werden door de Ondernemingskamer ingrijpende onmiddellijke voorzieningen getroffen, waaronder het passeren van de benodigde goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders.