Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.3.5.4.2
2.3.5.4.2 Precedenten als bouwstenen
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291236:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 6 oktober 1982, zaak 283/81, NJ 1983, 55, r.o. 20 (Cilfit).
K. Lenaerts, ‘The Court’s Outer and Inner Selves: Exploring the External and Internal Legitimacy of the European Court of Justice’ in: M. Adams, H. de Waele, J. Meeusen en G. Straetmans (red.), Judging Europe’s Judges. The Legitimacy of the Case Law of the European Court of Justice, Oregon: Oxford and Portland 2015, p. 46 en K. Lenaerts, ‘EU citizenship and the European Court of Justice’s “stone-by-stone” approach’, International Comparative Jurisprudence, Volume 1, Issue 1, November 2015, p. 1. In de literatuur wordt in dit verband ook wel gesproken van een ‘stap-voor-stap-proces’ (J. Watson, T. Cartwright en E. Dixon, ‘A Recipe for Chaos’ International VAT Monitor May/June 2010, p. 183) respectievelijk ‘stap-voor-stap-rechtspraak’ (S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 49 en S.B. Cornielje, ‘De stap-voor-staprechtspraak van het Hof van Justitie’, WFR 2018/127).
K. Lenaerts, ‘The Court’s Outer and Inner Selves: Exploring the External and Internal Legitimacy of the European Court of Justice’ in: M. Adams, H. de Waele, J. Meeusen en G. Straetmans (red.), Judging Europe’s Judges. The Legitimacy of the Case Law of the European Court of Justice, Oregon: Oxford and Portland 2015, p. 46, K. Lenaerts, ‘EU citizenship and the European Court of Justice’s “stone-by-stone” approach’, International Comparative Jurisprudence, Volume 1, Issue 1, November 2015, p. 1, S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 49 en S.B. Cornielje, ‘De stap-voor-staprechtspraak van het Hof van Justitie’, WFR 2018/127, p. 867-868.
H. Franken e.a., Encyclopedie van de rechtswetenschap, Deventer: Kluwer 2003, p. 199 en C.E. Smith, Regels van rechtsvinding, Den Haag: Boom juridische uitgevers 2006.
S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 50.
S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 51.
S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 55.
T. koopmans, ‘Stare Decisis in European Law’, in: D. O’Keeffe en H.G. Schermers (red.), Essays in European Law and Integration, Deventer: Kluwer 1982, p. 25.
S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 56.
Uit het Cilfit-arrest volgt dat een bepaling in de Btw-richtlijn of Btw-uitvoeringsverordening moet worden uitgelegd naar de ontwikkelingsstand van het unierecht.1 Het Hof van Justitie geeft hiermee aan dat het unierecht in ontwikkeling is. Het Hof van Justitie vormt het unierecht in zijn jurisprudentie ‘steen voor steen’.2 In zijn jurisprudentie borduurt het Hof dan ook voort op eerdere uitspraken. Deze ‘steen-voor-steen-aanpak’ betekent dat om een arrest van een Hof van Justitie goed te begrijpen niet volstaan kan worden met een geïsoleerde bestudering van dit arrest, maar dat dit arrest gelezen moet worden tegen de achtergrond van de jurisprudentie die hieraan vooraf ging (de precedenten) en de eventuele jurisprudentie die daarop is gevolgd.3 In dit onderzoek zal daarom waar mogelijk gezocht worden naar de rode draad in de uitspraken van het Hof van Justitie over een bepaald onderwerp.
Dat het Hof van Justitie voortbouwt op eerdere uitspraken dient de rechtseenheid en verschaft rechtszekerheid.4 De rechtseenheid en rechtszekerheid komen echter onder druk te staan wanneer een rechtsnorm die het Hof van Justitie in een eerdere uitspraak heeft geformuleerd ook als uitgangspunt wordt genomen in een geval dat in relevante opzichten afwijkt. Dat er spanning bestaat tussen het beroep op precedenten enerzijds en de rechtseenheid en rechtszekerheid anderzijds is in de jurisprudentie van het Hof van Justitie onvermijdelijk. In prejudiciële procedures is, behoudens een acte éclairé, steeds een nieuwe rechtsvraag aan de orde.5 Het voortborduren op precedenten veronderstelt daarom rechtsvorming: het Hof van Justitie kan de rechtsnorm uit een eerdere uitspraak ook in de aan hem voorgelegde situatie van toepassing verklaren (analogie) of juist een uitzondering formuleren op de rechtsnorm in een eerdere uitspraak (rechtsverfijning).6
Waar het op aan komt, is het maken van onderscheid.7 Het uitbreiden of beperken van het toepassingsgebied van de rechtsnorm in een eerdere uitspraak leidt tot een inbreuk op de rechtseenheid en rechtszekerheid indien relevante verschillen of overeenkomsten worden genegeerd. Onderscheiden is een kunst.8 Wie niet beschikt over een kennersoog ziet gemakkelijker een relevant verschil of overeenkomst over het hoofd tussen een nieuwe zaak en een reeds beslechte zaak.9 Het is naar mijn mening daarom te betreuren dat geen enkele rechter of A-G van het Hof van Justitie beschikt over specialistische kennis op het gebied van de btw. Hierdoor bestaat er een groter risico dat een beroep op een precedent de rechtseenheid en rechtszekerheid niet dient, maar hieraan juist afbreuk doet. Ook bestaat er een groter risico dat een beroep op een precedent wordt nagelaten waar dit wel voor de hand had gelegen, hetgeen eveneens een inbreuk vormt op de rechtseenheid en rechtszekerheid.