Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.3.1:10.3.1 De bevoegde rechter
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.3.1
10.3.1 De bevoegde rechter
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS494639:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook het artikel van B.J. van het Kaar, ‘Conservatoir (derden)beslag niet langer territoriaal?’ in WPNR 2011, p. 903-905. Hess vermeldt in het rechtsvergelijkend Hess-onderzoek reeds dat een Europese voorlopige bewarende maatregel gebaseerd moet zijn op een wederzijds vertrouwen in de juridische systemen van de lidstaten, p. 141.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verlofverlening (in termen van het voorstel Europees bankbeslag: de uitvaardiging van een EAPO) zal niet altijd (meer) ter beoordeling aan de Nederlandse rechter zijn. De huidige situatie, waarbij op grond van het territorialiteitsbeginsel vooralsnog alleen een Nederlandse rechter een vergaande maatregel als het verlenen van verlof voor conservatoir beslag op een Nederlandse bankrekening kan verlenen, verandert.1 Ingevolge artikel 6.2 voorstel Europees bankbeslag bepalen ‘de toepasselijke bevoegdheidsregels’ de bevoegdheid van de rechter voor afgifte van een EAPO. In het geval van een handelszaak betreft dit de regeling in Brussel I-vo (EEX-Vo). Op grond daarvan is de rechter in het land waar het bodemgeschil kan worden aangebracht bevoegd tot verlofverlening. Daarnaast is ingevolge artikel 6.3 voorstel Europees bankbeslag de Nederlandse rechter bevoegd tot uitvaardiging van een EAPO dat in Nederland ten uitvoer wordt gelegd. Indien meer gerechten bevoegd zijn is het land waar de eiser het bodemgeschil aanhangig maakt of wenst te maken bevoegd (artikel 6.2 voorstel Europees bankbeslag). Ongetwijfeld zal de beslaglegger uit een andere lidstaat, indien mogelijk, kiezen voor het vragen van verlof in eigen land: dit is in zijn voordeel omdat ook een eventueel verweer door de beslagene in beginsel in het land van uitvaardiging van het verlof moet worden gevoerd (artikel 34 voorstel Europees bankbeslag). Bovendien vermijdt de beslaglegger vertaalkosten.