De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.5.2.2:5.5.2.2 Gericht tot het bestuur en de rvc
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.5.2.2
5.5.2.2 Gericht tot het bestuur en de rvc
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649607:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 206.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit art. 2:110 lid 1 BW lijkt te volgen dat de kapitaalverschaffer die een convocatieverzoek wil doen, dit verzoek tot zowel het bestuur als de rvc dient te richten. In het artikel staat immers dat de voorzieningenrechter het machtigingsverzoek afwijst, indien hem niet is gebleken, dat verzoekers voordien aan het bestuur en aan de rvc een convocatieverzoek hebben gericht. Uit de tekst van art. 2:220 lid 1 BW (jo art. 2:221 lid 1 BW) kan iets soortgelijks niet worden opgemaakt. Ik meen met Dortmond dat bij zowel de NV als de BV volstaan kan worden met één verzoek.1 Dat verzoek moet dan geacht worden te zijn gericht aan zowel het bestuur als de rvc.