Einde inhoudsopgave
Onafhankelijkheid van de rechter (SteR nr. 3) 2011/6.6.1
6.6.1 Inleiding
mr. dr. P.M. van den Eijnden, datum 01-10-2010
- Datum
01-10-2010
- Auteur
mr. dr. P.M. van den Eijnden
- JCDI
JCDI:ADS499838:1
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.m. Eindrapport Staatscommissie Herziening Rechterlijk Organisatie (deel II), ’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij 1985, p. 1, 12 en 14; R.J.J. Eshuis & N. Dijkhoff, Nevenfuncties Zittende Magistratuur (WODC-onderzoek 2000, nr. 185); M. ter Voert & J. Kuppens, Schijn van partijdigheid (WODC-onderzoek 2002, nr. 199); H.C. Naves, ‘Nevenfuncties’, Trema 2007, p. 178 en Kamerstukken II 2007/08, 29 937, nr. 16, p. 3.
Zie ook § 4.6.5 (hfdst. 4) en § 8.2.3 (hfdst. 8).
Hieronder versta ik (hierna) ook raadsheren-plaatsvervangers.
Dat rechters nevenfuncties naast hun hoofdtaak kunnen vervullen wordt vooral van belang geacht om voeling te houden met de maatschappij.1 Voorkomen moet worden dat de rechterlijke macht een geheel naar binnen gekeerde organisatie wordt. Maar de uitoefening van al dan niet betaalde nevenfuncties kan tegelijkertijd leiden tot onwenselijke combinaties van functies en verstrengeling van belangen. Of nevenfuncties van rechters toelaatbaar zijn, hangt vooral af van de vraag of hun onpartijdigheid in gevaar komt, omdat zij door die nevenfunctie een persoonlijk belang bij de uitkomst van een zaak kunnen hebben of bevooroordeeld zijn. De rechterlijke onafhankelijkheid is slechts in het geding op het moment dat een rechter tegelijkertijd een andere functie vervult bij een ander overheidsorgaan, dat behoort tot de wetgevende of uitvoerende macht, waarin hij niet onafhankelijk is. In het licht van de machtenscheiding is het opmerkelijk dat noch de Grondwet, noch de wet een dergelijke combinatie van functies in algemene zin uitsluit.2 Deze paragraaf ziet zowel op fulltime rechters die nevenfuncties naast hun rechterschap vervullen (bijvoorbeeld lid van de Eerste Kamer, bestuurslid van een vereniging of stichting zijn) als rechter-plaatsvervangers3 die als hoofdtaak een andere functie vervullen (bijvoorbeeld advocaten, hoogleraren, ambtenaren of Officieren van Justitie). De principiële vraag welke functies onverenigbaar zijn met het rechterschap uit het oogpunt van rechterlijke onpartijdigheid en onafhankelijkheid is immers dezelfde. Wel maak ik hierbij een onderscheid tussen functies bij de overheid en andere functies.