Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.3
5.8.3 Rechtvaardiging voor de mogelijkheid om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648685:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 2:404 lid 2 t/m lid 6 BW voor de verzetregeling.
Kamerstukken II 1969/70, 10698, nr. 4, p. 30. Zie voorts onder meer Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015, nr. 583; Beckman 1995, p. 627-628 en Niels 2010, par. 3.2 en Spierings 2016, par. 6.2.1, nr. 250. Zwemmer spreekt van de compensatieratio, zie Zwemmer 2010. De Rechtbank Rotterdam heeft dit eens duidelijk verwoord als volgt: “4.1.1 De achtergrond van de 403-verklaring is dat derden de financiële positie van hun (beoogde) contractuele wederpartij moeten kunnen beoordelen, hetgeen niet kan gebeuren aan de hand van de jaarrekening van die wederpartij indien voor haar een groepsvrijstelling geldt. In dat geval is noodzakelijk dat de moeder, wier jaarrekening wel gepubliceerd wordt, mede – hoofdelijk – aansprakelijk is. Hierdoor wordt de onmogelijkheid om de financiële positie van de vrijgestelde dochter te beoordelen gecompenseerd.”, zie Rb. Rotterdam, 16 april 2009, r.o. 4.1.1.
Uiteraard moeten belangen steeds worden gewogen. Het feit dat bekend is dat de aansprakelijkheid op basis van een 403-verklaring kan worden beëindigd en het feit dat de hoofdelijke aansprakelijkheid slechts dient ter compensatie voor een (mogelijk tijdelijk) gebrek aan inzicht, is een wetenschap die aan een derde mag worden toegerekend. Dit is namelijk een wezenlijk onderdeel van en een van de grondgedachten achter de 403-regeling. Een door een derde gepretendeerd vertrouwen dat de hoofdelijke aansprakelijkheid voor altijd zal voortduren is naar mijn idee geen gerechtvaardigd vertrouwen.
De Nederlandse regeling om de overblijvende aansprakelijkheid te kunnen beëindigen mag dan uniek zijn, de gedachte dat de overblijvende aansprakelijkheid kan worden beëindigd, is niet zo vreemd.
De mogelijkheid om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen, bestaat alleen wanneer de (voorheen) vrijgestelde rechtspersoon het concern verlaat en de groepsband tussen de groep en de (voorheen) vrijgestelde rechtspersoon wordt verbroken.1 Wanneer een (voorheen) vrijgestelde rechtspersoon het concern heeft verlaten, moet worden voorkomen dat de rechtspersoon die een 403-verklaring heeft gedeponeerd nooit van de aansprakelijkheid af zou kunnen komen. Het zou vreemd zijn wanneer een moedervennootschap die bijvoorbeeld in 2015 een dochtervennootschap heeft verkocht, in 2030 wordt aangesproken voor de huur die de betreffende dochtervennootschap in juni 2030 niet heeft betaald.
De regeling van de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid kent bij een juiste toepassing een vrij uitgebalanceerd systeem, omgeven met diverse waarborgen. Schuldeisers kunnen tegen de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid in verzet komen (welk verzet gegrond zal worden verklaard als de schuldeisers het risico lopen onbetaald achter te blijven)2 en de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid is alleen toegestaan wanneer de (voorheen) vrijgestelde rechtspersoon de groep van de rechtspersoon die een 403-verklaring heeft gedeponeerd heeft verlaten. Tegen deze achtergrond kan worden beargumenteerd dat het opnemen van de mogelijkheid tot beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid verdedigbaar is. Daarbij komt deze mogelijkheid tegemoet aan een zeer legitieme praktijkbehoefte. Wanneer de mogelijkheid tot het beëindigen van de overblijvende aansprakelijkheid niet zou bestaan, zou de consoliderende rechtspersoon (in de regel een voormalige moedervennootschap) tot in lengte van dagen kunnen worden achtervolgd door schulden van de (voorheen) vrijgestelde rechtspersoon. Dit terwijl de consoliderende rechtspersoon de regie over die uitgevaren rechtspersoon reeds al lang is verloren.
De rechtvaardigingsgrond voor het bestaan van aansprakelijkheid van de rechtspersoon die een 403-verklaring heeft gedeponeerd komt te vervallen wanneer de voorheen vrijgestelde rechtspersoon haar jaarrekening weer gaat publiceren. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de consoliderende rechtspersoon heeft in het kader van de groepsvrijstelling het karakter van een compensatiemaatregel.3 Het compenseert het gebrek aan inzicht. Is het inzicht terug, dan bestaat er – op basis van de groepsvrijstelling en de daaraan ten grondslag liggende gedachte – geen grond meer om de hoofdelijke aansprakelijkheid te handhaven. Het uitgangspunt moet dan ook zijn dat weer terug wordt gekeerd naar de normale situatie waarin iedere rechtspersoon zijn eigen jaarstukken deponeert en iedere rechtspersoon zijn eigen verplichtingen voortvloeiend uit de door hemzelf verrichte rechtshandelingen nakomt. Brengt dit uitgangspunt onaanvaardbare gevolgen voor derden met zich mee, dan leidt de gedachte achter de derdenbescherming4 tot de conclusie dat een uitzondering moet worden gemaakt op dit uitgangspunt.
Uiteraard leent het uitgangspunt dat de rechtspersoon die een 403-verklaring heeft gedeponeerd zich van haar aansprakelijkheid kan ontdoen zo gauw de voorheen vrijgestelde rechtspersoon weer een jaarrekening dient te publiceren, zich voor misbruik. Schuldeisers kunnen eenvoudig worden verrast wanneer bij hernieuwde publicatie van de jaarstukken van de voorheen vrijgestelde rechtspersoon blijkt dat deze rechtspersoon niet in staat blijkt te zijn om haar schulden te voldoen en binnen korte tijd failliet zal gaan. Voor die bijzondere situatie, is het terecht dat schuldeisers in verzet kunnen komen en hun aanspraak jegens de consoliderende rechtspersoon niet verliezen. Is er echter geen gegronde reden om aan te nemen dat de voorheen vrijgestelde rechtspersoon die haar jaarstukken weer publiceert de rekeningen niet zal (kunnen) betalen dan dient het verzoek om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen te worden gehonoreerd. De aansprakelijkheid die een 403-verklaring biedt, geeft op deze wijze de waarborg die deze jaarrekeningenrechtelijke faciliteit verlangt. De aansprakelijkheid die een 403-verklaring biedt, vervangt niet de reguliere zekerheden die een schuldeiser kan bedingen en behoort dat ook niet te doen.