Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.2.2
2.2.2 Het model van Tiebout in juridische context
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS401424:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
McCahery, J.A. (2006), 'Harmonisatie in het Europese vennootschapsrecht: de politiekeeconomie van economische integratie', preadvies voor de Nederlandse Juristen Vereniging: in: Handelingen Nederlandse Juristen-Vereniging (2006), 'Verslag van de op 9 juni 2006 te Maastricht gehouden vergadering over: Europese integratie', Deventer: Kluwer, blz. 166.
Vgl: Woolcock, S. (1996), 'Competition among rules in the single European market', in: W.Bratton et al. (1996), 'International Regulatory Competition and Coordination', Oxford: Clarendon Press, blz. 298.
Woolcock, S. (1996), supra noot 9, in: W. Bratton et al. (1996), supra noot 9, blz. 298.
Vgl: Geradin, D. en J.A. McCahery (2005), 'Regulatory Co-opetition: Transcending the Regulatory Competition Debate', Amsterdam Center for Law & Economics Working Paper No. 2005-06.
Woolcock, S. (1996), supra noot 9, in: W. Bratton et al. (1996), supra noot 9, blz. 297-298.
Het model van Tiebout is in de juridische context toegepast op een breed scala van rechtsgebieden. Deze toepassingen breiden het concept van publieke goederen uit naar de wetgeving die door de decentrale overheden wordt gemaakt. De aanwezigheid van marktgestuurde krachten kan monopolistische wetgevende machten dwingen tot wijziging van hun recht, zodanig dat het leidt tot efficiënte resultaten.1 Het toestaan van decentralisatie zorgt voor een betere aansluiting van de wetgeving op de lokale behoeften en condities, aangezien elke decentrale overheid zelf kan bepalen welke wetgeving het best past bij de eigen doelgroep.2 Daarnaast kunnen de decentrale overheden met hun aantrekkelijke regelgeving doelgroepen aantrekken, die niet zozeer al onderdeel zijn van de eigen gemeenschap, maar die zich wel kunnen verplaatsen naar de betreffende jurisdictie. De keuze van doelgroepen voor een bepaalde jurisdictie, met het oog op het daar geldende recht om bijvoorbeeld investeringen te doen of economische activiteiten uit te oefenen, wordt ook wel regulatory arbitrage genoemd.3 De competitie die vervolgens ontstaat tussen de jurisdicties om doelgroepen te behouden en aan te trekken, zou leiden tot juridische innovaties, differentiatie in regelgeving en een markt voor wetgeving. Het zou leiden tot efficiënter recht en uiteindelijk tot een verhoging van de sociale welvaart4Jurisdictionele competitie is met andere woorden de competitie tussen wetgevers om investeringen en bedrijfsactiviteiten aan te trekken of om de concurrentiekracht van de eigen industrieën te vergroten door het bieden van een gunstig juridisch klimaat.5