Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.7:1.7 Conclusie
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.7
1.7 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859205:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onwaardigheid is een civiele grond van onbevoegdheid om voordeel te trekken uit een nalatenschap. Het betreft een fundamenteel leerstuk in het erfrecht. Aan onwaardigheid ligt ten grondslag dat het in strijd is met de openbare orde als degene die zich schuldig heeft gemaakt aan een van de opgesomde gedragingen, mag erven. Daarbij strookt het ook niet met de vermoedelijke wil van de erflater als diegene als erfrechtelijke verkrijger mag opkomen. De autonomie van de erflater neemt met de mogelijkheid van verval van onwaardigheid door vergeving een sterke plaats in. Het brengt mee dat de wil van de erflater uiteindelijk prevaleert. Deze ratio vormt een belangrijke bouwsteen voor de beantwoording van rechtsvragen en het duiden van jurisprudentie bij artikel 4:3 BW.
Verder is in dit hoofdstuk de onwaardigheidsregeling uit het OBW aan een beschouwing onderworpen. Het naast elkaar bestaan van een afzonderlijke onwaardigheidsbepaling in het versterferfrecht en in het testamentaire erfrecht, die elkaar grotendeels overlappen, heeft gezorgd voor diverse rechtsvragen. Debet hieraan zijn onder meer de terminologische verschillen.1 Verder is het twijfelachtig of artikel 885 lid 1 OBW zich ook uitstrekt tot de medeplichtige, bestaat discussie over de vraag of onwaardigheid van rechtswege werkt, roept de mogelijkheid tot plaatsvervulling soms vragen op en is het mede-onwaardig zijn van de echtgenoot en kinderen in artikel 959 OBW, hetgeen niet het geval is in artikel 885 OBW een moeilijk te verklaren tegenstelling.2 Daarnaast is niet in de mogelijkheid voorzien dat de erflater aan de onwaardige vergiffenis schenkt.3 Het nieuwe erfrecht dat op 1 januari 2003 zijn intrede heeft gedaan, heft deze beperkingen en onduidelijkheden op. Bepaalde onwaardigheidsgronden zijn echter nauwelijks gewijzigd, zodat literatuur en jurisprudentie daarover zijn waarde heeft behouden en relevant is bij de bestudering van de huidige onwaardigheidsbepaling. In het volgende hoofdstuk komt deze bepaling uitgebreid aan de orde.