Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/16.1.2:16.1.2 Ratio in de Nederlandse literatuur
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/16.1.2
16.1.2 Ratio in de Nederlandse literatuur
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS300472:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Verstijlen 2009, p. 1634; Asser/Bartels, van Mierlo & Ploeger 2013, para. 345.
Asser/Rutten 1981, p. 351. Zie ook randnummer 739.
Biemans 2011, p. 719.
Verstijlen 2009, p. 1634; Asser/Bartels, van Mierlo & Ploeger 2013, para. 345.
Verstijlen 2009, p. 1634; Asser/Bartels, van Mierlo & Ploeger 2013, para. 345.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
724. Het uiteenlopende karakter van nevenrechten zorgt ervoor dat literatuur over de redenen voor hun bestaan in algemene termen blijft hangen. Ik maak bij het bespreken van deze literatuur een onderscheid tussen nevenrechten die tevens afhankelijke rechten zijn en nevenrechten die dat niet zijn. Voor zover nevenrechten tevens afhankelijke rechten zijn, is hun ratio gelijk aan die in paragraaf 14.1.2.
725. Voor het bestaan van nevenrechten die niet tevens afhankelijke rechten zijn, wordt als reden aangevoerd dat deze rechten de vordering waar zij bij horen nader bepalen, versterken, of er anderszins nauw mee verbonden zijn.1 Zonder deze rechten zou de vordering waarschijnlijk een ander karakter hebben. Omdat de nevenrechten beogen de rechthebbende van de vordering een voordeel te bieden, kan ook wel worden gezegd dat nevenrechten de vordering versterken.2
726. De verklaring voor de automatische overgang van nevenrechten is te vinden in het nut dat zij toevoegen aan de vordering waaraan zij verbonden zijn. Dit nut kan niet los bestaan van het vorderingsrecht.3 Daarom zullen partijen bij overgang van het vorderingsrecht meestal willen overeenkomen dat het nevenrecht óók overgaat (zie randnummer 307).4 De regeling in art. 6:142 BW sluit daarbij aan, door te bepalen dat dit automatisch gebeurt. Goedbeschouwd is deze regeling daarom ook een kwestie van efficiëntie; er hoeft minder te worden afgesproken om hetzelfde doel te bereiken (zie randnummer 307).5