Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/8.4.4
8.4.4 Blokkeringsregeling
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS621710:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze rechtspraak moet zien op rechterlijke toetsing van het als bindende advies kwalificerende waarderingsrapport. Zie: Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/291; P.E. Emste, ‘Bindend advies in het ondernemingsrecht’,Ondernemingsrecht 2010/5, § 4.2; S. Nijhuis & P.P. de Vries, ‘De benoeming van de onafhankelijke deskundige bij prijsbepaling van aandelen’, WPNR 2014/7031, § 9.
P.M. van der Zanden e.a., Waardering van ondernemingen, Zutphen: Uitgeverij Paris 2017, derde druk, p. 38-39.
Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/291; P.P. de Vries, ‘Prijsbepalingsregels voor aandelen in een BV naar huidig en komend recht’, Ondernemingsrecht 2012/19, § 2 en 6.
Noot van H. Beckman onder HR 20 maart 2015, Ondernemingsrecht 2015/97.
De rechtspraak over de blokkeringsregeling is beperkt.1 Om dezelfde redenen als bij de geschillenregeling en de uitkoopprocedure komt dit uitgangspunt mij onjuist voor. Ook komt het niet overeen met het uitgangspunt waarvan waarderingsdeskundigen in de praktijk uitgaan. Uit hoofdstuk 4.3 volgt dat zij voor de waarde van de aandelen in de meeste gevallen van een stand alone scenario uitgaan: de economische waarde van de (aandelen in de) onderneming als de bedrijfsactiviteiten als zelfstandige entiteit (of als groep als de te waarderen (aandelen in de) onderneming ook weer deelnemingen heeft) (stand alone) worden voortgezet.2
In de juridische literatuur wordt doorgaans aangenomen dat bij afwezigheid van prijsbepalingsregels de waardering moet plaatsvinden naar de “werkelijke waarde” van de aandelen.3 Beckman heeft – terecht – opgemerkt dat het niet duidelijk is wat de toevoeging van “werkelijke” inhoudt; het is namelijk geen helder en ondubbelzinnig begrip.4 In lijn hiermee geef ik de voorkeur aan simpelweg “de waarde”. Dit sluit beter aan bij de wet (art. 2:92a lid 5 en 2:201a lid 5 BW) maar moet vervolgens worden ingekleed aan de hand van instructies die ik in paragraaf 8.5 weergeef.